AD Voorpagina, vrijdag 12 januari

Ouders heroveren Honki Ponk

Door Marieke Dubbelman en Ivo Hutten


De met kogelwerend glas afgeschermde tribune boven de rechtszaal is tot de nok toe gevuld. Enkele van de tientallen bezoekers dragen een t-shirt met daarop een huilende wolf in het maanlicht. `Een gezond 2001! Ook voor Honki Ponk!??!', luidt de naar de directrice van de kinderopvang, M. van Wolferen, verwijzende opdruk.

In de rechtszaal waar de Honki-Ponkzaak diende: links bestuurslid Pieter de Bruin, in het midden de advocaat van de ouders en de leidsters, Jan Franken.

Ouders en personeel kregen gisteren op alle fronten gelijk in het kort geding dat zij tegen het bestuur van Honki Ponk hadden aangespannen. Leidsters en ouders krijgen gezamenlijk drie zetels in het bestuur en daarmee de meerderheid. Daarop hebben ze volgens de statuten van de stichting Kinderopvang Honki Ponk recht, zo bepaalde president F. van den Emster van de Rotterdamse rechtbank.

Hiermee komt een einde aan de crisis waarin het kinderdagverblijf sinds december verkeert. De ouders en leidsters willen af van het huidige tweekoppige bestuur, waarin Van Wolferen en advocaat P. de Bruin het voor het zeggen hebben. Belangrijk twistpunt is de verbintenis van de omstreden iatrosoof J.P. de Kok als adviseur aan de Stichting Honki Ponk. Onder zijn invloed maakte de opvang vorig jaar een radicale pedagogische omslag, waardoor ouders voor het welzijn van hun kinderen vreesden.

De opkomst op de publieke tribune is zo groot, dat twee agenten zo'n 20 ouders, leidsters en stagiairs voor wie geen plaats meer is, moeten weren. Degenen die wel een stoel veroverden, hangen voorover om hun kwelgeest Pieter de Bruin de zaal te zien binnenkomen. ,,Waar is hij? Ik wil hem nu wel eens zien.''

Om vijf over negen, wanneer iedereen al zit, wandelt De Bruin binnen. Hij wordt vergezeld door een man in een groene slobbertrui en een beige survivalbroek. Het blijkt de Utrechtse homeopaat en voormalige huisarts Olaf Janssen te zijn. De rechter verbood hem in 1994 nog langer de geneeskunst uit te oefenen, omdat hij een vrouw met kraamkoorts onvoldoende en onzorgvuldig had begeleid.

De Bruin, gestoken in een maatpak, lijkt de rust zelve. Alleen zijn gezicht trekt om de paar seconden in een vreemde kramp samen: een tic of nervositeit?

Jan Franken, de advocaat van ouders en personeel, begint zijn pleidooi. De president laat zijn ogen over de bomvolle tribune glijden.

Franken bepleit namens 200 eisers de benoeming van drie door hen voorgestelde personen in het stichtingsbestuur van de kinderopvang, zodat Honki Ponk weer op een `fatsoenlijke manier' kan functioneren.

Een blond meisje staat met haar neus tegen de ramen gedrukt. Ze zet het op een huilen als een van de fotografen beneden in de zaal zijn lens op haar richt. Ze is druk met haar pop en wat rode snoeppapiertjes. Ook een wit zakdoekje heeft haar aandacht. Achter haar zit een man met op zijn zwarte jack de opbeurende tekst You'll never walk alone.

,,Het voelt sterk zoals we hier nu met z'n allen zitten'', vindt Judith Visser, moeder van twee kinderen. ,,De saamhorigheid is groot, de woede ook. Als we deze zaak verliezen, dan hebben we gezamenlijk een probleem. Mijn kinderen gaan in elk geval niet meer naar Honki Ponk voordat de kust veilig is.'' Visser kijkt en luistert naar De Bruin: ,,Ik vind het een nare man.''

Na Franken neemt Pieter de Bruin het woord. Hij staat er als advocaat, bestuurslid en als zichzelf. Weinigen in de zaal hebben hem ooit gezien of zijn stem gehoord. Marja van Wolferen is er niet, De Bruin vertegenwoordigt haar. De Bruin's betoog, geprint op Honki-Ponkbriefpapier, is uitgekiend opgebouwd. Het begint rustig, maar gaat langzaam maar zeker richting een climax. ,,Wij zijn niet uit op oorlog, maar we verdedigen ons wel. In een bevel zijn ons drie personen voorgedragen voor het bestuur. Ons is niet gebleken dat deze mensen enige affiniteit hebben met het pedagogisch beleid van Honki Ponk. Er is een hetze tegen ons aangewakkerd op emotionele gronden. Er is sprake van hysterie.''

Dan komt de duvel uit de doos. Volgens De Bruin is het bezwaar van ouders en personeel dat er maar twee bestuursleden zijn, uit de weg geruimd. ,,Op 10 januari zijn namelijk drie nieuwe bestuursleden benoemd, te weten Jan Pieter de Kok, Olaf Janssen en Gerard Beijn.''

Het lijkt alsof de fundamenten onder de publieke tribune worden weggezaagd. ,,Klootzak'', roept een vader als De Bruin het tegenoffensief voor de rechter openbaart. Een medewerker draait zijn hoofd weg en brengt een gefluisterd `lul' over zijn lippen. Onverstoorbaar voegt De Bruin toe dat ouders, kinderen en personeel nog altijd van harte welkom zijn en dat alles bij het oude zal blijven. ,,Ik betreur het dat de kinderen zo de dupe zijn geworden.''

De rechtbankpresident maakt even later korte metten met het besluit van Van Wolferen en De Bruin. Volgens van den Emster had het bestuur nooit `eenzijdig' drie nieuwe leden mogen benomen.

Hij draagt Van Wolferen en De Bruin op voor vanmiddag de drie door de tegenpartij voorgestelde bestuursleden aan te stellen. Doen zij dit niet, dan volgt een dwangsom van 5000 gulden per dag.

Van den Emster eist tevens, ook onder dreiging van een dwangsom, dat de stichting maandag de vier vestigingen weer opent. Dan moet ook het ontslagen personeel, dat officieel meedeed aan het kort geding, weer tot de werkvloer worden toegelaten. Voor de ontslagen leidsters geen deel hadden in de rechtszaak, geldt dit niet.

Voor hen loopt een andere procedure.

De Bruin wil na afloop niets zeggen. G. Beijn, partner van M. van Wolferen, is iets minder summier. ,,Er is één kant van het verhaal belicht. Dat is al erg genoeg.''

W. Roozenboom, die namens de ouders tot het nieuwe bestuur toetreedt, reageert opgelucht op de uitspraak. ,,We hebben nu een meerderheid in het bestuur. Ik verwacht dat de tegenwerking nu nihil zal zijn.'' En woordvoerster M. Ames van de oudercommissie: ,,We vertrouwen op het nieuwe bestuur. We moeten zorgen dat 15 januari de sleutels er zijn. Dan kunnen we weer aan het werk.''

Copyright: Algemeen Dagblad