De Kok: macht, indoctrinatie en intimidatie.

Een reconstructie van de Honki-Ponk crisis

H.S. Verbrugh, M. Kips en J. Witjes, 19 december 2000


De recente crisis bij de Stichting Kinderopvang Honki-Ponk te Schiedam geeft eens te meer aan wat voor gevaren er in een man als Ďiatrosoofí De Kok schuilen. Tot dit jaar waren - althans voor zover ons bekend - de handel en wandel van De Kok vooral gekoppeld aan het geven van 'therapeutische' (kwakzalvers-)adviezen aan zieke mensen die een alternatieve oplossing voor hun ziekte zochten (in een aantal gevallen met vermijdbare dodelijke afloop).

De Kok heeft eerder al een illegaal schooltje geŽxploiteerd in het pand van zijn 'iatrosofische beweging' alias MichaŽlsgenootschap aan de Hoflaan in Rotterdam, maar nu is hij voor zover bekend voor het eerst een al bestaande organisatie binnengedrongen. Het viel te verwachten dat dit niet zonder gevolgen zou blijven voor de mensen die, zonder daarvoor gekozen te hebben, binnen de invloedssfeer van De Kok zijn geraakt.

Jan Pieter (Peter) de Kok werd in het voorjaar van 2000 door directeur Van Wolferen als persoonlijk adviseur in de organisatie gehaald. Niemand, ook de toenmalige bestuursleden Dekkers, De la Rie en 't Hoen, is van die aanstelling op de hoogte gesteld. Pas eind november bleek uit naspeuringen van een ouder, die persoonlijk met De Kok werd geconfronteerd, wie deze De Kok werkelijk was. Toen bleek ook dat het bestuurslid De Bruin de advocaat was van De Kok en nauw betrokken was bij diens MichaŽlsgenootschap.



Macht

Naar de beweegredenen van De Kok om in een kinderdagverblijf door te dringen kunnen we slechts raden. Wat bekend is van de ideeŽn van De Kok over onderwijs, werkende moeders, opvoeding van en zorg voor kinderen geeft wel steun aan de verwachting dat er niets zal overblijven van het gezonde en open opvoedingsklimaat van Honki-Ponk.

De Kok heeft in een radio-interview in 1995 uitgebreid verteld hoe wars hij is van controle. Controle van bijvoorbeeld de Inspectie voor de Volksgezondheid of de onderwijsinspectie wijst hij af, omdat alleen mensen die niet weten wat ze doen zulke controle nodig zouden hebben, en omdat zulke controle bemoeienis van de staat zou zijn met zaken waar verder niemand iets mee te maken heeft. ĎDe staat' zou er een bijzonder genoegen in scheppen opgroeiende mensen zo te vormen dat zij 'de staat' welgevallig zijn. Feitelijk creŽert hij door de afwijzing van zulke controle een situatie, waarin hij zelf niet kan worden aangesproken op het gehalte van zijn manier van omgaan met o.a. patiŽnten, kinderen en kinderleidsters. Zijn afwijzing van alle controle van buitenaf geeft hem de mogelijkheid ongebreideld macht te kunnen uitoefenen. Hij weigert ook elk debat over zijn theorieŽn of activiteiten aan te gaan.

Aan Honki-Ponk zijn mensen (medewerkers, ouders en kinderen) verbonden die afhankelijk zijn van de organisatie, omdat ze er werken, omdat ze dankzij de opvang ander werk kunnen doen of omdat ze er verzorgd worden. Dat betekent dat de organisatie een zekere macht over medewerkers, kinderen en ouders heeft.

Medewerkers

De organisatie heeft meer dan zestig overwegend jonge vrouwen in dienst. Wat er uit de pers bekend is van de werkwijze van De Kok, wijst er op dat hij er bijzonder bedreven in is om juist jonge vrouwen te beÔnvloeden. Net als in het verleden met zijn Ďtherapeutische adviezení aan patiŽnten lijkt hij nu een aantal medewerkers direct en indirect van hem afhankelijk gemaakt te hebben. Begonnen bij de directeur (die hem nota bene zelf had binnengehaald) is geleidelijk de groep van Ďafhankelijkení waarschijnlijk uitgebreid, vrijwel zeker volgens een uitgekiend plan. Door het bewerken van de directeur, het bezoeken van de vestigingen en het bijwonen van vergaderingen kreeg De Kok toegang tot de medewerkers. Mensen van wie de directeur vermoedde dat zij problemen hadden, werden door haar 'geadviseerd' - in feite werden ze ertoe gedwongen - persoonlijke gesprekken met De Kok aan te gaan. Ook voerde hij Ďfunctioneringsgesprekkení. In teamvergaderingen ging De Kok steeds meer de agenda en het verloop bepalen. Aaanvankelijk vermoedde niemand iets kwaads: hij werd immers gepresenteerd als organisatie-adviseur met zeer veel ervaring. Van zijn verdere voorgeschiedenis (o.a. de vele strafzaken die tegen hem gevoerd zijn) werd door de directeur geen melding gemaakt.

Ons bereiken uit de eerste en de tweede hand verhalen die de werkwijze van De Kok illustreren. Medewerkers met persoonlijke problemen of gezondheidsklachten waren de eerste die door De Kok voor een gesprek worden uitgenodigd of door Van Wolferen naar hem doorverwezen. In die gesprekken gaf De Kok blijk van een groot vermogen om zwakke, gevoelige plekken bij zijn gesprekpartners te onderkennen en daar op door te gaan. Hij suggereerde 'problemen' die de medewerksters zelf niet zagen en bood daar ook meteen 'oplossingen' voor aan. Zijn slachtoffers dachten dat hij hen ook wat te bieden had: begrip, steun, therapie, promotie en (via mr. P.J. de Bruin) rechtshulp.

Kinderen

Ook de kinderen komen binnen de invloedsfeer van De Kok. Hij kan rechtstreeks en via de directeur en de leidsters zijn ideeŽn op de kinderen botvieren. Ook bestuurslid en 'tweede man' van De Kok, P.J. de Bruin, kan direct en indirect invloed uitoefenen op de omgang met de kinderen. De Kok en De Bruin dragen uit dat zij elke vorm van gestructureerde kinderopvang en onderwijs afwijzen. Zij hanteren tot in het absurde vereenvoudigde en onbruikbare ideeŽn over persoonlijke vrijheid, die er op neer komen dat alles wat iedereen doet en overkomt volkomen door hemzelf gewild en gekozen is. Alle structuur die men kinderen aanbiedt is een principiŽle inbreuk op hun vrijheid en als men een kind voor een of ander gevaar behoedt, belemmer je dit kind in zijn persoonlijke vrijheid en ontwikkelingskansen. In de dagelijkse praktijk kan dit zo ver gaan dat het uit den boze geacht wordt om ruziŽnde kinderen te kalmeren of gevaarlijke klimpartijen te voorkomen of reguliere medische hulp te verlenen als dat nodig is.

Direct contact tussen De Kok of De Bruin en de kinderen is daarvoor niet nodig. Als het lukt om de leidsters van dergelijke ideeŽn te overtuigen, zal dat gevolgen hebben voor de kwaliteit van hun werk.

Ouders

Er is een zodanig tekort aan kinderopvangplaatsen dat ouders, zoals de situatie nu ligt, hun kinderen wel aan de zorg van Honki-Ponk moeten toevertrouwen. Maar controle op wat zich binnen de kinderopvang afspeelt, hebben zij niet of nauwelijks. De korte momenten van brengen en halen zijn niet voldoende om een helder beeld te krijgen van wat zich afspeelt in de groepen. Pas wanneer er ongelukken gebeuren, bestaat de kans dat er iets van de mogelijke gevolgen van De Koks invloed naar buiten komt, maar zelfs dan valt te verwachten dat het gebeurde als en incident gepresenteerd wordt en niet in verband gebracht wordt met bewust beleid.

Op enige openheid over wat er zich werkelijk afspeelt of over de achtergronden daarvan kunnen de ouders niet rekenen. De oudercommissies bleken in de afgelopen maanden door de directeur niet of onvolledig te zijn voorgelicht. Ondanks alle onrust en onduidelijkheid weigeren zowel de directeur als De Kok en De Bruin ook maar enig inzicht te geven in hun beweegredenen en activiteiten.

Indoctrinatie

Het pedagogisch beleid van de Stichting Kinderopvang Honki-Ponk is vanaf het begin in 1974 gestoeld op de ideeŽn van de pedagogen Korczak en Gordon en op de principes van de antroposofie - althans op wat Van Wolferen hiervan maakte. Dit laatste voorbehoud is belangrijk, want mw. Van Wolferen had en heeft geen enkele connectie met de maatschappelijke sector waar de pedagogische uitgangspunten van de antroposofie, de Vrije Schoolbeweging, worden gethematiseerd. Maar ouders en personeel voelden zich jarenlang prima bij de praktische vertaling en vrijwel niemand zag de noodzaak zich ťcht te verdiepen in de theorieŽn van die pedagogen.

Met de komst van De Kok is echter geleidelijk een nieuwe invulling aan die theorieŽn gegeven. In teamvergaderingen werd het invullen van het pedagogisch beleid steeds vaker onderwerp van gesprek. In het kader van zogenaamde kwaliteitsbevordering werd aan leidsters een cursus ďantroposofieĒ aangeboden. Antroposofie staat tussen aanhalingstekens, niet alleen omdat Van Wolferens deskundigheid wat betreft de antroposofie betwijfeld moet worden, maar vooral omdat vaststaat dat datgene wat De Kok ervan maakt naar geen enkele maatstaf als antroposofisch gedachtegoed gekwalificeerd kan worden. De zogenaamde īiatrosofieī zoals hij zijn leer noemt, is een kwalijk eigen brouwsel van wartaal en onjuistheden.

In het bestuur werden de andere bestuursleden door mr. Pieter de Bruin, advocaat en volgeling van De Kok, hard aangepakt, als zij aangaven niet bij elk agendapunt diepgaand over de pedagogische uitgangspunten te willen praten.

In het blad van en voor de ouders, de Honki-Ponk Krant, zette directeur Van Wolferen in de afgelopen maanden uitvoerig uiteen wat de pedagogische uitgangspunten nu eigenlijk ook al weer waren. Ongemerkt werd een steeds meer extreme invulling van de vrij algemene pedagogische ideeŽn van Korczak en Gordon aan ouders en leidsters opgedrongen. Leidsters en ouders leefden in de veronderstelling dat de directeur, wier ideeŽn door de jaren heen niet in twijfel waren getrokken, nog steeds het beste met de kinderen voor had. De aangeboden ďleerstofĒ werd dan ook nauwelijks kritisch benaderd.

De indoctrinatie-praktijken vonden ook plaats in de gesprekken van De Kok met de medewerkers. De Kok hield hen voor dat het normaal was dat in persoonlijke en teamgesprekken steeds meer op de emotie van de mensen werd ingegaan. De ďpersoonlijkeĒ aanpak van De Kok werd steeds meer als ďnormaalĒ beschouwd.

Medewerkers konden op den duur niet goed meer bedenken wat zij nou eigenlijk zelf wilden: zij werden meegesleurd in de draaikolk van De Kok.

De indruk bestaat dat in de zomermaanden door Van Wolferen reeds de voorbereidingen getroffen werden voor het per december vervangen van een van de vestigingshoofden, die niet zo ontvankelijk leek voor de nieuwe koers, door drie parttime krachten die wťl meegingen. Hun promotie leek direct gekoppeld aan de invloed van De Kok binnen de organisatie.

Intimidatie

De manier waarop met de vernieuwde pedagogische uitgangspunten werd omgegaan was al een teken van subtiele intimidatie: feitelijk mocht men er geen andere denkbeelden op na houden. Aan leidsters werd bij onvrede de suggestie gedaan maar te vertrekken. Er was geen behoefte aan mensen die ďop de remĒ gingen staan.

Door tegenstrijdige of halve informatie te geven aan medewerkers, oudercommissies en bestuursleden werd een sfeer gecreŽerd van onderling wantrouwen. Discussies werden op scherp gezet waardoor sommigen noodgedwongen afhaakten.

Er was vermenging van de rollen van De Kok in de gesprekken: soms was hij procesbegeleider, dan weer bemiddelaar en een andere keer ďtherapeutĒ. Daardoor was niet duidelijk welk dossier er door het management over personeelsleden werd bijgehouden. Zeer persoonlijke gegevens konden elk moment door De Kok en Van Wolferen tegen de medewerkers gebruikt worden. Zij intimideerden door het creŽren van angst en afhankelijkheid.

In het bestuur van de Stichting werd het afbraakwerk overgelaten aan mr. Pieter de Bruin die in mei op voorspraak van Van Wolferen als vijfde bestuurslid werd benoemd vanwege zijn juridische expertise en vermeende pedagogische kwaliteiten. De directeur meldde niet dat de man juist vanwege zijn afwijkende opvattingen op pedagogisch terrein in 1994 door de rechter was veroordeeld. Door telkens alle discussies naar zich toe te trekken en de medebestuursleden persoonlijk aan te spreken op zŪjn stokpaardjes ontstond een onwerkbare situatie. Mr. De Bruin schroomde ook niet te dreigen met de rechter als hij zijn zin niet kreeg. De goedwillende vrijwilligers in het stichtingsbestuur kon hij door dit intimiderende gedrag flink onder druk zetten. Toen echter deze vier bestuursleden hem wilden royeren als bestuurslid, was de Ďhulpí van De Kok nodig in de bestuursvergadering van 6 november 2000. Deze wist de loop van de vergadering zo te manipuleren dat uiteindelijk deze vier bestuursleden in het belang van de kinderen zťlf opstapten! Toen later bleek wie die De Kok was probeerden zij tevergeefs dat besluit om op te stappen, ongedaan te maken.

In oktober was zonder dat ouders of oudercommissie daar van op de hoogte waren, de directeur door twee ouders voorgedragen als bestuurslid. Dit zou volgens de letter van de reglementen toegestaan zijn. Deze twee ouders waren echter ook personeelslid! Bovendien was een van hen promotie in het vooruitzicht gesteld. Later verklaarde een van beiden dat het voorstel op initiatief van De Bruin tot stand gekomen was.

Een goede afloop?

Bovenstaande reconstructie is gebaseerd op diverse feiten en verhalen die de afgelopen tijd naar boven zijn gekomen, alsmede processtukken in de rechtszaak van 7 december en gegevens die over de handelwijze van De Kok in het verleden bekend zijn. Of het allemaal ťcht zo gelopen is weten alleen De Kok, De Bruin en Van Wolferen, maar zij hullen zich vooralsnog in stilzwijgen.

Doordat na de ontmaskering van De Kok de ouders zich massaal tegen diens invloeden hebben gekeerd lijkt de desastreuze invloed van De Kok op Honki-Ponk voorlopig tot staan gebracht. Mw. Van Wolferen heeft bekend gemaakt dat De Kok niet langer werkzaam is als haar adviseur. In de brief van 13 december jl. die zij daarover schreef, gaf Van Wolferen echter aan dat zij dit had besloten ďniet omdat hij schade heeft berokkend aan de organisatie, maar omdat de hele publiciteit om hem gaat en het niet meer gaat om de kwaliteit die wij als kinderdagverblijf leveren.Ē Zij bleek aldus nog steeds niet de ernst van de onrust onder ouders en personeel te begrijpen.

De afloop is nog niet te voorspellen. Gezien de chaos van het moment lijkt het alsof er straks alleen maar verliezers zullen zijn.

En de Kok? Hij woekert ongetwijfeld verder!

Hugo Verbrugh is arts en universitair hoofddocent Filosofie, Ethiek en Geschiedenis van de geneeskunde aan de medische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Maud Kips is jurist en als docent filosofie verbonden aan de medische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
John Witjes is bedrijfsarts bij Maetis arbo en als ouder van twee kinderen betrokken bij de problemen op Honki Ponk.