Gerard Beijn, bekend als de kleurenspecialist van de Piersonstraat. Hij is degeen die Marja van Wolferen, voormalig directeur van Stichting Kinderopvang Honki Ponk, in contact heeft gebracht met de Iatrosofie. Een kennismaking die voor Honki Ponk grote gevolgen heeft gehad.

Architectenbureau G. Beijn; bgouwkunstenaar
Stichting voor Bouw-Kunst-Ontwikkeling
Oosterstr 3
8806KJ Achlum
tel. 010-5902048
GSM: 06-46390544
Email. Gerard Beijn

Gerardus Edmond Dirk (Gerard) Beijn, geboren 10-09-1949, architect en kunstschilder
Getrouwd (geweest?) met Francis van der Have (31-12-1952, Kapelle)
Kinderen van hen zijn:
Olivier Beijn. Geboren 04-08-1978 te Vlaardingen. Olivier is in de voetsporen van zijn vader getreden en verdient zijn brood als kunstenaar.
Joris Beijn. Geboren 14-09-1981 te Maassluis
Christiaan Beijn. Geboren 22-02-1985 te Maassluis
Laura Beijn. Geboren 24-01-1987 te Maassluis
Justien Beijn. Geboren 22-03-1990 te Maassluis

De voor veel buitenstaanders minst bekende persoon uit het bestuur dat Pieter de Bruin tijdens het kort geding op 11 januari presenteerde is de architect Gerard Beijn uit Maassluis. Bij de ouders van Honki Ponk is hij wel bekend als kleurenadviseur van de Piersonstraat, architect van enkele verbouwingen en bovenal als partner van Marja van Wolferen.
Beijn heeft aan het personeel van Honki Ponk een Kleurencursus gegeven. (De taalfouten zijn authentiek).
Tegenwoordig geeft Beijn kleurencursussen aan de Academie voor Bouwkunst in Rotterdam.

Beijn is afgestudeerd aan de academie van bouwkunst bij Frans van Dillen. Hij is het ook geweest die -voor veel mensen- het contact met Jan Pieter de Kok tot stand bracht. Ook Marja van Wolferen is via Gerard Beijn in contact gekomen met Jan Pieter de Kok.
Hij is mede verantwoordelijk voor het uitbreiden van het netwerk van Jan Pieter de Kok.
Hij heeft samen met Jan Pieter de Kok een architectenbureau gehad.
Nadat Marja van Wolferen en de iatrosofen het Kort Geding van 11 januari 2001 verloren hadden, wilde Gerard Beijn samen met Marja van Wolferen de inboedel van Honki Ponk met een aantal vrienden en een aantal vrachtwagens naar België verhuizen. Waarom dit plan uiteindelijk niet doorgegaan is, is niet bekend.

Gerard Beijn heeft in een brief (gedateerd 2e helft 2001) laten weten dat hij gebroken heeft met Jan Pieter de Kok. Of dit waar is, blijft de vraag. In het openbaar hebben noch Gerard Beijn, noch Marja van Wolferen afstand genomen van de Kok en de iatrosofie.

Drie jaar na het Kort Geding zoekt Beijn weer de openbaarheid door in Maassluis een brief naar de gemeenteraad te schrijven over zijn ideeën m.b.t. de bestemming van het oude douanehuisje in Maassluis. Een initiatief dat de krant haalt.

Iatrosofische architectuur

Is deze man als architect te vertrouwen en hoe komt het toch dat er zoveel architecten opduiken in het iatrosofische wereldje?

Het is niet verwonderlijk dat de antroposofie, waar de iatrosofie van is afgeleid, veel aantrekkingskracht op architecten en beeldend kunstenaars uitoefent. Rudolf Steiner manifesteerde zich behalve als pedagoog ook als architect en kleurentheoreticus. In Basel staat nog steeds het befaamde Goetheanum uit 1924, een fraai betonnen bouwsel met schuine vlakken en hoeken. Steiner vertrok in 1913 uit de theosofische beweging rond de nieuwe heiland Krishnamurti. In Nederland was Leendert Cornelis van der Vlugt, de architect van de Van Nellefabriek en het Stadion Feijenoord, de huisarchitect van deze beweging. Hij bouwde een verenigingsgebouw in Amsterdam en een Krishnamurti kamp in Ommen. Alles uiteraard in een strikt zakelijke, functionalistische stijl. Ook Mondriaan was in theosofie geïnteresseerd. Enkele Nederlandse architecten bouwden in de jaren dertig op Steiner geïnspireerde (vrije) scholen en villaá ás. Het bekendste gebouw is de Rudolf Steinerkliniek in Den Haag (achter Madurodam) van de architect Jan Buijs, die verder weinig ophad met de antroposofie. De ziekenkamers waren volledig in één kleur geschilderd; dit zou een heilzame werking op de zieken hebben.

Behalve voor incidentele projecten als vrije scholen blijft de antroposofische architectuur na de oorlog lange tijd op de achtergrond. In de jaren tachtig krijgt zij een onverwachte revival als Ton Alberts furore maakt met zijn organische bouwsels, waarvan het ING-kantoor in de Bijlmer en het hoofdkantoor van de Gasunie in Groningen het bekendst zijn. De begrippen antroposofisch en organisch worden sindsdien door elkaar gebruikt. De in 1999 overleden Alberts maakte bijzondere gebouwen, die binnen de architectenwereld op weinig waardering konden rekenen, maar bij het grote publiek zeer populair zijn. Alberts stelt dat hoeken van 90 graden de mens onvrij maken. Vrije, schuine vormen in het interieur laten de mensen vrijer en creatiever werken. Alberts claimt dat zijn gebouwen het ziekteverzuim doen dalen (waar heb ik dat eerder gehoord). Vermoedelijk bedoelt hij daar mee niet dat bacillen, virussen, insecten en ander ongedierte een omweg maken als zij een antroposofisch gebouw tegenkomen. Ziekte heeft bij deze mensen immers altijd een psychische aanleiding en als mensen zich goed voelen in een gebouw zullen zij minder gauw ziek worden.

In het boek “Een organisch bouwwerk” behandelt Ton Alberts niet alleen de ideeën achter het organische bouwen, maar ook weet hij yoga, het Aquarius-tijdperk, yin en yang, reïncarnatie, astrologie en het energievraagstuk in één groot verband te brengen met zijn architectuur. Eén van De Koks patiënten was de in 1991 overleden architect Frans van Dillen. Deze architect van enkele veelgeprezen schoolgebouwen en woonwijken was geen antroposoof, maar had op het eind van zijn leven een Buro voor iatrosofische architectuur of iets dergelijks, althans dat heb ik ooit op een bouwbord van een snackbar in Cadzand zien staan.

Er zijn nog enkele architecten die het antroposofische gedachtengoed in de praktijk brengen. Zij ontwerpen voornamelijk vrije scholen, woonhuizen en biologisch-dynamische landbouwschuren. In Driebergen staat een Vrije Hogeschool en in Brummen staat de Michaëlshoeve, een inrichting voor heilpedagogie. Gerard Beijn behoort tot de minst bekende antroposofische architecten.

In het boek “Wie is er bang voor nieuwbouw...” uit 1981 van de thans in de Volkskrant publicerende Hilde de Haan en Ids Haagsma komt een interview met Beijn voor: “Vroeger, als ik een tekening maakte ging ik heel zorgvuldig het vel spannen, waste mijn handen en probeerde heel netjes te schetsen. Ik probeerde het papier zo netjes mogelijk te houden, maar dat geeft iets krampachtigs. (..) Ik heb mezelf er nu toe gebracht het papier niet meer per se mooi te houden. Het gaat om het ontwikkelingsproces, dus teken ik in de beginfase alles wat in me opkomt. Liefst met zacht kleurkrijt want daarmee kun je beter je gevoelens uiten dan bijvoorbeeld met een hard potlood. Langzaam maar zeker ontstaat zo je idee, totdat je het uiteindelijk met een harde pen in een bestektekening kunt omzetten. Dat is levend bouwen. Proberen tot het moment dat de cement hard wordt bewust en intensief bezig te zijn met het gebouw.”

De Haan en Haagsma: “Beijn ziet een analogie tussen het bouwproces en het proces dat ten grondslag ligt aan de ontwikkeling van de aarde en de mens. Zo is voor Beijn de kennismaking tussen opdrachtgever en architect te zien als de warmtefase in de aardontwikkeling of bij de kennismaking bij een menselijke relatie.” Er is vermoedelijk heel wat warmte vrijgekomen bij de relatie tussen opdrachtgever en architect bij de Honki Ponk-ontwerpen!

Beij is uiteraard geen lid van de BNA, beroepsorganisatie Bond van Nederlandse Architecten. In 1992 richtte hij het Instituut voor Bouw-Kunst Ontwikkeling op, een eigen, niet-erkende opleiding tot “Bouw-Kunstenaar”, waar volgens een bericht in het tijdschrift Architectuur/Bouwen in 1993 tien docenten en elf studenten werkten. Het instituut mikte vooral op studenten die vanwege lacunes in de vooropleiding niet op de reguliere opleidingen terecht konden of daar hun draai niet konden vinden. De opleiding is enkele jaren geleden failliet gegaan. Dit heeft hem zeer aangegrepen.

Navraag bij Hilde de Haan bevestigt het beeld van een wat zweverige, maar kundige architect, die zeer betrokken is bij het ontwerp en de uitvoering van zijn projecten.

Wat te doen met de verbouwing van de Schiedamseweg? Op zich kan architectuur minder kwaad dan pedagogiek of medisch handelen. De controle en regelgeving rond bouwprojecten is dusdanig dat er van gevaar geen sprake kan zijn. Bouwconstructies zijn te berekenen en geen onderwerp van welles/nietes-discussies. Het lijkt mij dat het niet verstandig is Beijn nog directie te laten voeren, d.w.z. over de vloer te laten komen. Veranderingen in zijn concept zal Beijn als bijzonder pijnlijk ervaren; verder is hij als architect altijd zeer betrokken bij de uitvoering.

Maart 2004 is de feestelijke opening van de Schiedamseweg i.v.m. de verbouwing. Sinds de verbouwing kunnen ook baby's opgevangen worden op deze vestiging. In hoeverre Gerard Beijn alsnog met deze verbouwing te maken heeft gehad, weten we niet. Wel is het 'nieuwe' logo van Honki Ponk, een ontwerp van Gerard Beijn, eindelijk bevestigd aan de gevel van de Schiedamseweg.

ponker2001@yahoo.com

1