Notulen bestuursvergadering d.d. 6 november 2000

Aanwezig:
Voorzitter/secretaris: Bert Dekkers (BD)
Penningmeester: Dirk-Jan 't Hoen (DJH)
Lid: Cobie de la Rie (CdR)
Lid: Pieter de Bruin (PdB)
Lid: Willem van IJperen ( WvJ)
Directeur: Marja van Wolferen (MvW)
Gasten op eigen uitnodiging:
Nancy Burleson
Sylvia Florentinus
Thea Bijl
Adviseur,van de directeur: Dhr. De Kok:
Notulist (op verzoek van de directeur en de Bruin): Margaret Rijntalder

Voordat de voorzitter de vergadering opent vraagt hij aan de niet-bestuursleden wie zij zijn en waarom zij aanwezig zijn op deze vergadering.
Thea: na de brief van Pieter ben ik bezorgd over hoe het nu verder gaat met Honki Ponk. Ik heb begrepen dat de vergaderingen openbaar zijn, dus daarom ben ik nu hier aanwezig.
Bert: De vergaderingen zijn niet in die mate openbaar dat men hier zomaar onaangekondigd binnen kan stappen. Als je hier bent om over de brief te praten moet ik, je teleurstellen Die brief komt nu niet ter sprake.
Pieter: Dat vind ik vreemd Bert, waarom staat mijn brief niet op de agenda?
Bert: (Gaat niet in op zijn vraag en kijkt Dhr. De Kok: aan) Wie bent u?
Dhr. De Kok: ik ben organisatieadviseur, verbonden aan Honki Ponk.
Bert (verbaasd): nou zo hoor je nog eens wat.
Dhr. De Kok: ik ben hier in eerste instantie ter ondersteuning van Marja.
Bert: en in tweede instantie?
Dhr. De Kok: in tweede instantie om op te treden als intermediair tussen het bestuur en de directeur.
Sylvia: ik maak mij na de brief ook zorgen om de organisatie.
Bert: ik kan je hetzelfde antwoord geven als wat ik aan Thea heb gegeven.
Margaret: ik notuleer vanavond op verzoek van Marja.
Bert: (aan Marja) klopt dit?
Marja: ja Bert
Pieter: en ook op mijn verzoek, Bert.
Nancy: ik ben hier naar aanleiding van wat er in de vergadering van 16 oktober is afgesproken en wat er in de brief van Pieter naar voren komt. De afspraken komen niet overeen.
Willem (komt iets later binnen). Bert praat hem bij over de reden van de aanwezigheid van de "extra mensen".
Willem: ik ben bestuurslid, ik ben kinderarts, ik heb rechten gestudeerd, ik heb psychologie gestudeerd en ik ken vele kinderen.
Pieter: Bert ik heb een punt van orde, is de vergadering al geopend?
Bert: nee. Onze vergaderingen zijn niet in die mate openbaar en daarom verzoek ik een aantal mensen nu de vergaderruimte te verlaten.(hierop wordt door niemand gereageerd).
Pieter: Bert, je hebt niet door wat er nu speelt.
Bert: het past niet dat mensen onaangekondigd in de vergadering komen.
Pieter: je hebt nu geen bevoegdheid, want de vergadering is nog niet begonnen. Wat zeur je nou.
Bert: ik geef de mensen de gelegenheid om op gepaste wijze zich terug te trekken.
Pieter: je bent nu nog geen voorzitter, de vergadering is nog niet geopend.
Bert: dan bied ik als bestuurslid de mensen de gelegenheid om voor de opening de vergaderruimte te verlaten.
Pieter: ik verzoek op mijn beurt de mensen om te blijven.
Bert: hierbij open ik de vergadering met als agendapunten opening en het voorstel.
Pieter: ik heb een punt van orde
In eerste instantie wordt hier niet op gereageerd
Bert: nu wil Pieter het woord, dat mag hij nu.
Pieter: er ligt een dagvaarding
Bert: dat is geen ordevoorstel
Pieter ik licht het toe
Coby: ik zou willen dat de toonzetting anders word. Je hebt je de vorige keer, op 3 oktober, als een straathond gedragen. Ik pik die toonzetting niet.
Bert: voorafgaand aan het ordevoorstel wil ik nogmaals er op wijzen dat de aanwezigheid van een aantal mensen niet gewenst is. Marja, wil je de mensen verzoeken deze ruimte te verlaten?
Pieter: ik heb het ordevoorstel nog niet gedaan.
Bert: als voorzitter mag ik dit vragen.
Pieter: Manipuleer niet zo, mag ik nu mijn ordevoorstel doen?
Bert: ik verzoek nogmaals aan de mensen om deze ruimte te verlaten.
Marja: we zitten hier bij elkaar om te proberen tot elkaar te komen.
Willem: dit is toch een bestuursvergadering?
Bert: Marja verzoek de mensen om de ruimte te verlaten.(Marja voldoet hier niet aan). Ik gelast het je dat te bevelen.
Dhr. De Kok: mag ik deze oorlog onderbreken. Ik ben hier op verzoek van de directeur. Ik heb dus het recht om hier aanwezig te zijn.
Bert: u viel niet onder de mensen die ik bedoelde.
Dhr. De Kok: Marja heeft het recht om zich door stafleden te laten begeleiden.
Willem: wat een flauwekul.
Coby: nee, ik begrijp het wel. Maar juridisch is het niet mogelijk. Dit is een bestuursvergadering, hier hoort het personeel nu niet. Het personeel wordt binnenkort allemaal geÔnformeerd.
Bert: mevr. van Wolferen, u was op de hoogte van het verzoek de notuliste niet o p te roepen omdat we zelf notulen zouden maken.
Marja: ik heb haar meegenomen om mij te ondersteunen. Ik ben nu niet in staat om tegelijk de vergadering te volgen en aantekeningen te maken.
Bert: Dus heeft u toch besloten haar op te roepen?
Marja: ja.
Pieter: ik heb daar ook toe besloten.
Bert: in de statuten is niets terug te vinden dat dat verplichtend is voor het bestuur.
Dhr. De Kok: het bijhouden van notulen is verplicht.
Bert: Het is niet verplicht om een notulist toe te laten.
Dhr. De Kok: een notulist kan ook uit de eigen gelederen komen, maar het is begrijpelijk om een notulist te hebben om de vergadering goed te kunnen bijwonen.
Bert: waarom dan?
Dhr. De Kok: Ik hoop dat dat aan het einde van deze avond duidelijk is.
Willem: laten we niet vergeten dat het hier om de kinderen gaat.
Pieter: ik heb de notulist ook gevraagd.
Coby: Je kunt dat niet in je eentje beslissen. Wij vragen nu of de mensen zich willen verwijderen.
Bert: dhr. De Kok mag blijven, dat staat in de statuten. Marja wil je Margaret verzoeken om weg te gaan?
Marja: nee Bert, ik ben nu niet in staat om zelf aantekeningen te maken.
Bert: zijn notulen van deze vergadering voldoende voor jou? Ik verzoek de mensen om weg te gaan.
Dhr. De Kok: al deze mensen hebben hier belang bij.
Coby: het is niet in het belang van het bestuur. Het personeel wordt gezamenlijk ingelicht.
Dhr. De Kok: u schreeuwt nu ook al tegen mij. Het uitgangspunt van Gordon is naar elkaar luisteren en uit laten spreken.
Coby: als u mij zou kennen, zou u weten dat ik dat ook doe.
Dhr. De Kok: ik merk dat niet.
Coby: nee, u kent mij niet.
Dhr. De Kok: u hebt mij nu al 3 keer onderbroken.
Coby: 't zal mijn tongval wel zijn.
Bert: ik constateer dat de opdracht van het bestuur, minus Pieter, niet wordt gehonoreerd.
Pieter: eerst was het een verzoek, nu is het ineens een opdracht. Dat hoor ik steeds bij je.
Bert: voor het openen van de vergadering zijn de mensen verzocht om te gaan. Toen heb ik de vergadering geopend en aan de directeur gevraagd de mensen te verzoeken te gaan; het werd geweigerd. Ik heb haar opdracht gegeven, dit is ook geweigerd. Toen gelastte ik hen.
Pieter: nee Bert, dat heb je niet gedaan.
Bert: dan doe ik dat nu.
Dhr. De Kok: U heeft onlangs aan de directeur een brief geschreven dat ze geen mededelingen mocht doen naar de mensen aangaande bestuurlijke zaken. Waarom speelt dit zo? Er is een crisissituatie onstaan. Daarom zitten de medewerkers hier. Als het fout gaat, gaat u naar huis, zij werken hier.
Willem: (geagiteerd): u verwijt mij gebrek aan compassie.
Dhr. De Kok: ik probeer alleen maar de situatie te schetsen.
Willem: ik hou u alleen een spiegel voor.
Bert: het handelen van het bestuur is er niet op gericht belangen te schaden.
Dhr. De Kok: misschien wordt die visie niet gedeeld.
Bert: mensen op de werkvloer hebben informatie via ťťn kanaal gekregen.
Thea: juist daarom ben ik hier. De brief was gericht aan alle betrokkenen.
Bert: dat is de vrijheid van de schrijver. Wij zouden geadviseerd hebben de brief op bestuurlijk en directie niveau te houden.
Thea: het voelt alsof alles van hogerhand gaat.
Willem en Coby (fel): nee, nee,
Willem: er wordt hier niet gekonkeld
Bert: (tegen Thea) u zit wat korter in deze stichting.
Thea: ik werk hier al 8 jaar.
Bert: in ieder geval korter dan een aantal anderen hier aan tafel. 3 Jaar geleden speelde er een soortgelijk conflict waarop vanuit de werkers geen actie is gekomen.
Marja: ik ben het hier niet mee eens. De toen aanwezige adjunct-directeur en ik zijn volledig op de hoogte gehouden en gebleven. Toen was er geen reden tot ongerustheid, nu wel.
Bert: wat is er nu dan anders?
Nancy: de manier waarop hier met elkaar omgegaan wordt, terwijl we uitgebreid hebben gesproken over vrijheid.
Coby: dat klopt. Tot voor 2 maanden of iets langer geleden is dit nooit gebeurd. Die bestuursvergadering waar jij het over hebt, was heel goed. Juist omdat er dingen niet lopen zoals ze toen liepen zitten we hier. Dus moet het eerst op bestuursniveau plaatsvinden. Wij begrijpen jullie bezorgdheid, maar het kan niet zo zijn dat ťťn bestuurslid het hele personeel op eigen houtje informeert. Je kijkt eerst zelf hoe je kunt organiseren of reorganiseren.
Nancy: Pieter was daar ook bij.
Coby: daar ging het niet om. Er zijn een aantal dingen gebeurd die niet kunnen. Zo ga je niet met elkaar om. Die vergadering waar jij het over had was heel scherp qua inhoud. De andere vergaderingen heb je doorgekregen van waarschijnlijk ťťn bestuurslid en de directeur. Daarom zitten we zo hier. Dit kost heel veel energie.
Marja: in de bijeenkomst van 16 oktober waren Bert en Pieter overeengekomen om een onafhankelijke derde in te schakelen. Dit zou naar de andere bestuursleden gebracht worden. Ik heb toen gedacht: dit gaat de goede kant op. Daarom was ik na afloop van de bijeenkomst van 23 oktober zo sprakeloos. Het was niet volgens de afspraak.
Coby: Het was iets anders. Ik weet dat en jij weet dat ik een goed geheugen heb. Dirk Jan had jou verzocht de stellingname van vertrouwen in het bestuur opzeggen terug te nemen.
Marja: dat wilde ik niet doen.
Coby: daarmee sloot je mensen van je af.
Marja: ik heb het niet teruggetrokken.
Coby: dat hadden we begrepen.
Bert: we zijn er niet op uit om de stichting in gevaar te brengen. Sylvia mag het woord.
Sylvia: ik ben benieuwd wat er allemaal gaat gebeuren.
Bert: ik kan je hetzelfde antwoord geven dat ik aan Thea heb gegeven. Hierbij verzoek ik jullie nogmaals om te vertrekken.
Dhr. De Kok: geldt dat alleen voor Thea en Sylvia?
Bert: nee, ook voor Nancy.
Thea: dat vind ik heel jammer.
Coby schudt nee
Thea: waarom schudt u nee?
Coby: hier horen nu geen personeelsleden.
Nancy: waarom niet?
Bert: het voorstel dat op de agenda staat is niet een gebruikelijke kwestie. Bij mijn weten is het in 26 jaren pas de tweede keer. En we zijn er niet trots op. Dit is dus geen doorsnee vergadering. Vanuit dat kader is het beter het verdere verloop van deze vergadering niet bij te wonen.
Dhr. De Kok: er staat niemand op. Ik wil graag kortsluiten wat er vanavond zou kunnen gebeuren om het belang ervan te onderstrepen. De situatie ligt zo: Als u vandaag mr. de Bruin ontslaat, krijgt u het hele personeel tegen u.
Coby: dat is een dreigement (Willem beaamt dit).
Dhr. De Kok: ik probeer de situatie te schetsen. U krijgt de organisatie tegen u. Mr. de Bruin is een juridische procedure gestart. Deze vergadering is nu dus niet mogelijk.
Willem: dit is met scheermessen slijpen. Ik kom niet voor de rechter!!!.
Dhr. De Kok: ik ben uw vijand niet, ik ben een adviseur. Als u voor de rechter komt vraagt hij aan u waarom u niet gewacht heeft op zijn advies. In beide situaties ontstaat er oorlog.
Willem: hou toch op over oorlog!! Ik ben niet gewend om iets met strijd op te lossen.
Dhr. de Kok: a) u krijgt de rechter tegen u;
b) u krijgt het personeel tegen u.
Vanuit de werknemers en de directie is Dhr. de Bruin gevraagd om in het bestuur te treden.
Bert: dat is ons nooit zo voorgehouden.
Dhr. De Kok: er zijn gesprekken geweest, waarin Dhr. de Bruin een lijst met prioriteiten heeft aangegeven. Hij beeft dat in overleg met de directie en de staf aan u overgedragen. Hij is nogal heethoofdig, maar dat komt van beide kanten, heb ik begrepen.
Willem: u betichtte mij van gebrek aan compassie.
Dhr. de Kok: dat heb ik niet gezegd.
Willem: u schiet uzelf in eigen voet.
Dhr. de Kok: ik heb nu een idee hoe deze situatie is ontstaan.
Willem: man je kletst maar wat!
Dhr. De Kok: (naar notuliste) wil je dit notuleren.
Coby: in hoeverre hebben wij als bestuur behoefte aan deze beschouwingen.
Bert: de heer De Kok schetst een situatie waarin kanttekeningen te plaatsen zijn. Pieter is op die manier niet voorgedragen.
Coby: dan was hij nooit toegelaten.
Bert: dat prioriteitenlijstje heb ik ook nooit gezien.
Dhr. De Kok: ook niet mondeling?
Bert: het is uit niets gebleken.
Dhr. De Kok: er was niet letterlijk een lijstje.
Bert: we hebben het ook niet op die manier gezien.
Coby: hij heeft wel duidelijk verteld hoe hij in de maatschappij staat en wat zijn filosofie is.
Dhr. De Kok: dat bedoel ik.
Bert: Dat kun je geen lijstje noemen.
Dhr. De Kok:ik heb begrepen dat er binnen het bestuur weinig bekend is van Steiner, Gordon en Korczak. Het deel van Dhr. de Bruin was om het bestuur en de stromingen met elkaar te verbinden.
Bert: ik ben hiervan niet op de hoogte. Dit is een voorwaardenscheppend bestuur. Wij trachten randvoorwaarden te creŽren waarbinnen de werkers hun taken kunnen verrichten. Er is nooit gesteld dat wij aan die randvoorwaarden zouden moeten voldoen. Deze functionele eis is nooit gesteld en staat ook nergens vermeld.
Dhr. De Kok:dit kun je ook niet als eis opleggen
Bert: Het zou al veel eerder geformuleerd moeten zijn.
Marja: dat is 2 jaar geleden al gebeurd. Jullie en ik hebben een begeleidingstraject gehad met Louise v.d. Burg en Jaap van Schravezande. Er is toen afgesproken dat Bert en Coby daar aan wilden meewerken. Dirkjan wilde niet.
Bert: het is geen functionele eis.
Marja: We verschillen in hoe we met elkaar omgaan. Laten we ons laten ondersteunen om anders te kunnen besturen.
Bert: Marja, ik zit nu 7 jaar in het bestuur. Tot voor kort is er nooit eerder een zo homogene groep geweest. Mijn komst in het bestuur is voorafgegaan door strubbelingen. Ik kwam in een bestuur waarin iedereen zou opstappen. Het zittende bestuur heeft veel rust gebracht.
Marja: op de Schiedamseweg ging het niet goed.
Bert: dit was geen gevolg van het bestuur.
Dirk Jan: ik laat me door niemand schofferen. Daardoor kwamen we niet aan de agenda toe.
Dhr. De Kok:U voelt zich persoonlijk beledigd, maar het gaat hier om 196 kinderen met hun ouders en 72 personeelsleden en naar ik meen is uw eigen kind daar ook bij
Dirk Jan: Wat heeft dat ermee te maken. Dat is de limit.
Bert: er is een grens aan wat u als adviseur mag zeggen.
Dhr. De Kok:waarom luistert u niet en laat u mij niet uitpraten? Er spelen 2 dingen
a) de persoonlijke gekwetstheid
b) het persoonlijk belang als vader.
Probeert U deze 2 zaken tegen elkaar te zetten. Als er een rechtszaak komt, komt de pers erbij en brengt dat hoge kosten met zich mee.
Het betekent onrust, minder kinderen, minder werkers.
Alstublieft, los het op, probeer een volgende vergadering op een andere manier met elkaar om te gaan.
Dirk Jan: Eerst mag ik geschoffeerd worden, dan wordt het vertrouwen in mij opgezegd en vervolgens word ik gedaagd door de directeur,
Bert: Nee Dirk-Jan, dat is gebeurd door Pieter.
Dirk Jan kijkt het na en ziet dat wat Bert zegt waar is)
Bert: er is een verschil van opvatting. Kan dat aanvaardbaar opgelost worden.
Dhr. De Kok:Als er atoombommen in JordaniŽ ter sprake komen kan er nog een aanvaardbare oplossing komen, waarom hier dan niet?
Coby: Ik protesteer! Dit is niet te vergelijken!
Dhr. De Kok:ik geef een metafoor.
Bert: Stel, u was bestuurslid en u heeft te kennen gegeven dat als ik merk geen vertrouwen meer te hebben van de medebestuursleden, dan stap ik op.
Pieter: ik heb nooit iets gezegd over het vertrouwen hebben van de bestuursleden.
Bert: als u dat vertrouwen niet meer heeft ..
Dhr. De Kok: Dhr. de Bruin heeft al geantwoord. Aan de orde is het belang van de situatie.Ik heb van hem begrepen dat mensen zich persoonlijk beledigd voelen. Daar ligt het echter in het inhoudelijke.
Bert: bij Dirk Jan is het ook persoonlijk.
Coby: Men kan niet meer met elkaar verder en dat ligt aan de volgende punten.
- het mankeert aan de bedrijfsvoering
- inhoudelijk verstaat men elkaar niet goed
- de omgang is meer dan erg.
In kinderopvang met deze achtergrond speel je in het bestuur schaak met elkaar. Met het hoofd en het hart op de goede plek. Hoe mensen geschoffeerd zijn op de bewuste avond kan niet in deze organisatie. Een bestuur hoeft niet in die zin homogeen te zijn.
Dhr. De Kok: Schaak was een Perzisch spel om oorlog te voeren. De intelligentste wint. U bent bezig uw spel te verliezen.
Bert: Een ordevoorstel betreffende de homogeniteit wordt koste wat het kost tegengehouden en tevens wordt er een brief van twee ouders overhandigd die verzoeken om Marja in het bestuur op te nemen. Deze vergadering werd verstierd, geblokkeerd en fatsoensnormen werden overtreden.
Dhr. De Kok: dit was van twee kanten.
Bert: Het merendeel kwam van degene die het eerst begon.
Pieter: dat was jij dan.
Bert: willen wij advies van dhr De Kok:?
Dirk Jan: nee.
Pieter: ik wel.
Dhr. De Kok: het gaat om persoonlijke methodieken.
Coby: het gaat niet over persoonlijke dingen. Het gaat om het wel en wee van de organisatie. Het ordevoorstel is geblokkeerd.
Dhr. De Kok:Het royement is op persoonlijke gronden.
Coby/Willem: daar hadden we het vanavond over willen hebben.
Bert: er is geen vertrouwen meer om werkbaar samen te werken.
Coby: we zijn zelfs uitgenodigd om af te treden.
Pieter: jij niet Coby.
Willem: ik kom thuis om half 7 en tref daar een brief aan met een heel verhaal met ergens onderaan de eis dat er vůůr de volgende dag 12 uur schriftelijk gereageerd dient te zijn. De brievenbus is dan geleegd. Dat is toch niet wellevend. Wat vindt u (tot Dhr. De Kok:)?
Dhr. De Kok: ik vind het vreselijk dat u zo met elkaar omgaat.
Coby: bij mij kwam de koerier om half 5.
Willem, Bert en Dirk Jan geven alle drie aan het in de brief genoemde artikel niet te begrijpen is, geen gelegenheid gehad te hebben om dat op te zoeken en dus ook geen gelegenheid om op de brief te reageren.
Dhr. De Kok:het is juridische taal.
Willem: ik ben geen jurist.
Dhr. De Kok: Dhr. de Bruin wel.
Willem: u geeft mij een schot voor open doel.
Dhr. De Kok:Waarom houdt u niet op met vechten.
Willem: u beledigt mij!
Bert: de brief kunnen we aanvechten op een aantal vormfouten. 2 oktober moet zijn 3 oktober, er wordt verwezen naar het 1e boek van het burgerlijk wetboek en dat moet het 2e boek zijn. Met dreigen en uitbrengen van de dagvaarding is de tegenstelling verscherpt. Voor 6 november staat het royement op de agenda. Daarna zijn allerlei aanvalswapens uit de kast gehaald om het oorlogsterrein te bereiken. Niemand was echter uit op oorlog.
Jan Peter: (= dhr De Kok:) u was wel uit op royeren
Willem: nee! Woorden als "Dictatortje" en "verborgen agenda" hebben hiertoe de aanzet gegeven. Ik zit hier al veel te lang, had eerder uit het bestuur willen stappen maar heb gemeend door deze situatie nog wat langer te moeten blijven. Bert heeft dit niet verdiend. Een meningsverschil o.k., maar niet met dit soort taal. Een eerder gesprek in de Harg is de aanleiding geweest tot deze hele toestand.

Er wordt een pauze ingelast, waarin de bestuursleden met uitzondering van Pieter, zich gaan beraden.

Bert heropent de vergadering en meldt dat Willem iets later binnenkomt i.v.m. werktelefoon.

Bert: Pieter, je wilde vooraf iets meedelen. Toch wil ik eerst aan de anderen verzoeken om weg te gaan. U hebt zojuist iets geproefd van de sfeer, dit moet voldoende zijn.
Nancy: ik wil Pieter wel horen.
Bert: (tot Pieter) wordt hier meer dan de inhoud van de brief aangevoerd?
Pieter: dat is afhankelijk van hoe er gereageerd gaat worden.
Bert: is de aanwezigheid van het personeel nodig?
Pieter: ik heb geen steun nodig, maar het is wel van belang dat men weet wat er speelt.
Bert: is het een verdieping, een verbijzondering?
Pieter: waarom vraagje dat aan mij?
Bert: is wat je verder aanvoert een verbijzondering van je brief, missen de personeelsleden een deel als ze het niet horen
Pieter: ja
Bert: in de strekking.
Pieter: ja, natuurlijk
Bert: (tot de aanwezige personeelsleden) U zult dat toch via de notulen moeten vernemen. Ik verzoek u dringend deze ruimte te verlaten.
Thea: dit voelt als een bedreiging. Wat gebeurt er als ik het niet doe?
Bert: dan moet ik het je gelasten.
Thea: en u heeft die macht.
Bert: Dan moet ik mijn macht gebruiken.
Thea: mag je iemand iets opleggen wat hij niet wil?
Bert: je moet weg.
Willem: jammer dat jullie hiervoor misbruikt worden.
Coby: gebruikt
Thea: ik voel me niet misbruikt
Dhr. De Kok: dit is beledigend voor Thea
Willem: mensen zijn vrij.
Dhr. De Kok: civil disobedience. Dat is wat u niet verdraagt. Hou hier toch mee op!
Coby: Dat is ook de bedoeling. Het bestuur moet met de bestuursleden vergaderen.
Dhr. De Kok: u gaat Dhr. de Bruin royeren.
Coby: Als het personeel moet worden ingelicht, dan wel al het personeel tegelijk.
Dhr. De Kok:dit zijn niet zomaar personeelsleden.
Coby: je kunt hier moeilijk met het hele personeel vergaderen.
Willem: wij zijn nu de boze mensen.
Dhr. De Kok: van Dhr. de Bruin heb ik geen beledigingen gehoord.
Willem: hij speelt het spel goed.
Coby: wie betaalt de heer De Kok:?
Bert: misschien is hij hier op no cure - no pay - basis.
Coby: laat maar gaan dan. Je kunt ze er zo niet uitzetten.
Bert: Pieter, we hebben allemaal jouw brief gelezen. Heb je aan 15 minuten genoeg?
Pieter: heeft het zin dat ik iets ga vertellen?
Coby: wat bedoel je?
Pieter: wat ga je er voor jezelf mee doen?
Coby: wij met z'n vieren zijn een eenheid.
Pieter: aan een kwartier heb ik niet genoeg.
Bert: hoelang dan?
Pieter: weet ik niet.
Bert: de tijd kan ik niet oprekken. Coby kan i.v.m. haar gezondheid niet te lang blijven, Er zit hier een arts die ieder moment opgeroepen kan worden, daarom wil ik je verzoeken de tijd te beperken.
Pieter: ik praat zolang het nodig is, ik het nodig vind.
Dhr. De Kok: begin nu maar.
Pieter: Op verzoek van Marja heb ik overwogen lid te worden van bet bestuur. Ik heb eerder in een bestuur gezeten, op verzoek van de werkers daar, het was een kindertehuis met diverse units. In dat bestuur was gebrek aan denken, aan beleid. Over de kinderen werd geoordeeld, er werd met de kinderen gesold.
Dirk Jan: Hier protesteer ik tegen!!!
Willem: ik ook.
Pieter: het gaat niet om deze stichting.
(Dirk Jan biedt zijn excuses aan.)
Pieter: jullie maken het me moeilijk.
Dhr. De Kok: accepteer de excuses.
Pieter: ik accepteer de excuses.
Pieter: Ik heb als bestuurslid alle groepen bezocht en met de leiding gesproken. Ik was het enige bestuurslid die dat gedaan had. Op een gegeven moment werden - in het kader van een reorganisatie waarbij groepen in elkaar geschoven zouden worden - in het bestuur beslissingen over kinderen genomen zonder hen te vragen wat zij wilden en er van vonden. Ook de plannen waren gemaakt zonder de kinderen er bij te betrekken. Ik heb daar tegen geprotesteerd en toen dat niet hielp, ben ik opgestapt, omdat ik geen verantwoordelijkheid wilde dragen voor dergelijke beslissingen. De werkers waren teleurgesteld en vonden het vervelend dat ik vertrok.
Toen kwam Marja. Ik heb haar mijn ervaringen verteld en gezegd dat ik het nu anders wilde doen. Ik wilde een gesprek met alle bestuursleden apart om mijzelf als mens, advocaat, bestuurslid bekend te maken. Ik zou van jullie horen of jullie mij wilde hebben. Aan deze gesprekken heb ik goede herinneringen. Ik ben denk ik heel duidelijk geweest. Jullie wilden mij graag in het bestuur. Ik heb eerst nog getwijfeld, omdat er veel uitbreidingsplannen waren. Hier hebben we over gepraat en ben ik in het bestuur gekomen.
Ik ben introvert en zeg niet altijd alles. Als ik dan wat zeg, zeg ik dat niet altijd even handig. Ik ben niet altijd even diplomatiek. Ik vraag heel veel, wat bedoel je, waarom zeg je dat zo? In een aantal vergaderingen is er fundamenteel gedacht over met name buitenschoolse opvang. Hier was ik blij mee, ondanks alle meningsverschillen. Dat is ook niet erg. Ik heb dat begrepen. Hopelijk hebben jullie dat ook begrepen.
Mijn uitgangspunten zijn de vrijheden van de kinderen hier. Zij zitten hier in een onvrije situatie. Dit is een grote uitdaging voor de werkers die hier voor de kinderen zijn. Het brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. We hebben gesproken over waarom kinderen hier zitten. Ik heb gezien waar we met elkaar opgegaan zijn.
In de manier waarop we in het bestuur met elkaar omgaan heb ik een aantal dingen geconstateerd. Niet iedereen is evenzeer betrokken dan wel aanwezig geweest. Dit heeft zijn redenen, maar ook consequenties voor het werken met elkaar. Een aantal bestuursleden stond op afhaken. Dat maakt vergaderen uiterst moeilijk. Hoe bepaal je hoe je met elkaar verder gaat, als het niet duidelijk is met wie? Ik heb geconstateerd dat er een verborgen strijd was. Binnen het bestuur was niet goed bekend hoe er binnen de organisatie gewerkt word. De leidsters/begeleidsters worstelen met zichzelf. Daarnaast en mede daardoor is er een worsteling gaande om een ieder de gelegenheid te geven zich te ontwikkelen. Zij hebben een strijd in zichzelf en vanuit die ontwikkelingsstrijd komen ze tot vrijheid, zodat dat kan leiden tot het geven van vrijheid aan kinderen. Ik weet uit eigen ervaring wat dat is om die ruimte te geven. Het is moeilijk om vanuit eigen ervaring die mogelijkheden te ontwikkelen. De verantwoordelijkheid van het bieden van ruimte is in bet bestuur niet duidelijk, niet begrepen. De last die Marja draagt is zwaar. Zij nam teveel hooi op haar vork en werd ziek. Het waren symptomen van een situatie van gebrek aan begrip voor de realiteit waar ze mee bezig was. Dit is een van de redenen waarom Marja mij heeft gevraagd in het bestuur te komen om dit helder te krijgen. Ik ben ook advocaat. Ik verdedig mensen. Coby, ik heb ook jou verdedigd rond de situatie met het Nijhoffplein. Misschien heb je dat niet begrepen. In het bestuur was het besluit genomen niet terug te keren naar het Nijhoffplein, maar bij tegenwind wilde men dat weer terugdraaien, het stuur werd zo omgedraaid. Daar stond je dan. Je had je nek uitgestoken en zou door de dreigende nieuwe beslissing van het bestuur die omgekeerd was over de eerdere stellingname in de kou komen te staan, Ik was verbaasd over deze gang van zaken, over het gemak waarmee een stellingname, die ook naar buiten toe gepresenteerd werd, zo weer werd omgekeerd.
Coby: dat is jouw ervaring.
Dirk Jan: ik wil hier even onderbreken.
Pieter: Nee, mag ik uitpraten. Schrijf het a.u.b. op, Dirk-Jan. Ik wil met jullie blijven samenwerken, omdat ik dat in het belang van de organisatie vind en ik heb geen hekel aan jullie. Als ik een aantal dingen moet veranderen, o.k., maar niet ten koste van alles, ten koste van mezelf. In de situatie rond het Nijhoffplein heb ik ervaren dat beleid voor jullie vrijblijvend is. Dit kan ik niet accepteren. Dat gaat me te ver. Dit geldt overigens niet voor Coby.
Bert: mag ik iets ter verduidelijking vragen?
Pieter: Nee Bert, schrijf het even op. Op de bijeenkomst van 3 oktober heb ik de strijd niet gezocht. De strijd lag er al. Dat was het voorstel van Bert om Marja buiten te sluiten. Daarmee kom ik op een ander punt. De relatie tussen het bestuur en de directeur. Ik begrijp overigens niet waarom je je directeur laat noemen en niet directrice. Het is een ambtelijke manier van aanduiding. Dit tekent hoe men in de organisatie aankijkt tegen de directeur en de manier waarop iemand werkt. Vandaar dat ik vroeg of jullie wisten waarom jullie hier zaten. Dat is dankzij de energie van Marja. Daardoor scheurde haar achillespees. Zij is de achillespees van de organisatie en niet het bestuur of de voorzitter en hierin lag de problematiek van 3 oktober.
Als voorzitter, bestuurslid kun je macht uitoefenen over de organisatie, maar zo'n organisatie is Honki-Ponk niet. Dat kun je niet zonder consequenties doen. Jullie hebben gemerkt dat de organisatie betrokken is bij wat er binnen het bestuur gebeurt. In mijn visie zou het op z'n minst omgekeerd moeten zijn. In een bepaald opzicht is dit wel het geval en in een ander opzicht niet. Waar het niet het geval is ligt een gebrek aan wetenschap over wat er werkelijk speelt, jullie weten weinig van het proces dat de organisatie is ingegaan. Ik twijfel een aan jullie betrokkenheid bij Honki-Ponk, maar betrokkenheid en weten wat er werkelijk speelt is een verschil.
Vandaar mijn opstelling op 3 oktober. Het conflict lag er al tussen jou (=Bert) en Marja. Ik heb jullie dat verteld. Er was geen enkele reden, geen menselijke reden, om Marja uit te sluiten van de vergadering, wel een machtsreden. Hieruit sprak alleen machtsuitoefening. Ik weet niet of het zo is, maar ik had uit het telefoongesprek met Bert de indruk dat jullie het met zín drieŽn of met z'n vieren bekokstoofd hadden.
Bert: wat hadden wij bekokstoofd?
Pieter: om Marja buiten te sluiten. Jullie hadden een dubbele agenda. Wat werkelijk op de agenda stond was niet de homogeniteit, maar mijn functioneren binnen het bestuur. Dit had te maken met de bedreiging die ik vormde, mijn manier van vragen, het ter discussie stellen van een aantal onderwerpen, punten van meningen, ideeŽn. Punten die jullie als zekerheid ervaren. lk heb de neiging onparlementair zijn. Ik heb de neiging om heel direct te zijn. Ik ben introvert, ik heb de neiging dingen die mij opvallen c.q dwarszitten, te laat te zeggen, waardoor de boodschap een lading krijgt, die groter is dan ik zelf in de gaten heb. Dat geeft nog wel eens problemen. Op 3 oktober heb ik Marja verdedigd, omdat zij dat nodig had.
Bert: mag ik je vragen om af te sluiten? We zijn nu een half uur verder. Ik wil graag dat je het binnen 5 minuten afrondt.
Pieter: Dit is precies wat ik bedoel, Bert.
Bert: Ga verder.
Pieter: Je maakt precies duidelijk wat ik bedoel.
Dhr. De Kok: a.u.b. geen strijd meer.
Bert: ik begrijp bet niet.
Coby: Ik wel, maar ik wil ook geen strijd.
Bert: de bestuursleden mogen nu reageren.
Coby: (tegen Pieter) je hebt gezegd dat er al strijd was, machtsmisbruik, weinig begrip, het beleid werd vrijblijvend gehanteerd, Marja werkte te hard, waardoor haar achillespees scheurde. Wat jij niet weet en had kunnen vragen is dat wij wat betreft het laatste punt, Marja hier elke keer op gewezen hebben. Je hebt gezegd: jullie weten niet wat er speelt, de relatie met Marja ligt in een soort machtsverhouding. Jouw emotie vind ik prima, wat ik heel erg vind is dat je een aantal temen en vooronderstellingen gebruikt die niet waar zijn. Je hebt inderdaad gesprekken gevoerd waarin je aangaf moeite te hebben met een organisatie in ontwikkeling. Jij was juist degene die de haast eronder heeft gezet: verdere uitbreiding van kindplaatsen, aankoop van panden. Marja zet ik hier buiten. Er mocht in het overleg over de verbouwing van de Schiedamseweg niet gevraagd worden naar de verbouwingsbegroting. Er werd door jou niet gekeken naar financiŽle consequenties, waardoor over een halfjaar misschien het personeel niet betaald kon worden. Het woord 'bekokstoofd' vind ik heel naar; als bestuur moet je om de tafel gaan zitten. Dit is op een onbeschaamde manier van tafel geveegd. Is dit ook naar de organisatie gebracht? Deze zaken moeten hier aan tafel besproken worden, en niet aan de poort. We hebben hard gewerkt aan het Nijhoffplein. Wat betreft het Nijhoffplein: dit heb ik niet als afwijzing gevoeld, maar als omissie. Ook Marja had gezegd: als het dan echt niet anders kan, dan maar terug. Dit gaat niet over macht, verborgen agenda's, maar over je hart op de goede plek. Ik weet heel veel van processen, als je ergens voor staat, weet je dat. Er moet ook behoorlijk besturen plaatsvinden. Je moet je ook verdiepen in de filosofie. Dit staat los van de inhoudelijke discussies. De bescherming naar de directeur kwam niet alleen vanuit Pieter, maar ook van de rest van het bestuur. Deze opstelling hadden wij ook naar Marja in de kwestie rond het Nijhoffplein.Als de zaken zo gesteld worden, ben ik nog teleurgestelder dan in het begin. Ik ben ťťn met het bestuur en daar hoorde jij ook bij. Maar de route die jij bewandelde, je ging langs Dirk-Jan en zoals je optrad tegen Bert wat betreft de GGD, waar slaat dat op. Natuurlijk was die brief niet zo bedoeld. Het is mijn gevoel. Ik ben rationeel solidair met de andere bestuursleden.
Dirk Jan: ik heb 2 opmerkingen: in de brief werd verwezen naar mijn rol in de kwestie rond het Nijhoffplein. Die klopt niet. Ten tweede: Bert, Marja en ik hebben voor jouw komst goed samengewerkt, er waren nooit van dit soort problemen. Zo kan ik niet verder.
Bert: je hebt aangegeven dat voor ons het beleid vrijblijvend is. Hier protesteer ik tegen, het predikaat vrijblijvend is niet juist. Het beleid is er nog steeds voor de ondersteuning, voor de continuÔteit, de doelstelling van de organisatie. Voor de bijeenkomst van 3 oktober heb ik de andere bestuursleden persoonlijk benaderd, niet om Marja buiten te sluiten, maar alleen om bet functioneren van de bestuursleden en het bestuur te kunnen bespreken. Bij Marja heb ik op 2 oktober aangegeven dat een intern beraad betrof, waarbij de aanwezigheid van de directeur niet gewenst en die van de notuliste niet noodzakelijk was. Dat heb ik op 3 oktober voor de vergadering in mijn inleidend praatje nog eens aangegeven. Op de agenda van 3 oktober stonden punten die minder urgent waren dan nu wordt voorgespiegeld. Want ondanks dat het agendapunt betreffende de financiŽle onderhandelingen met de gemeente niet is besproken op 3 oktober is het overleg met de sector Welzijn van de gemeente hierover wel doorgegaan. De noodzakelijkheid had niet zo'n urgentie als de directeur aangaf. Het is volledig ongegrond dat Marja zou zijn buitengesloten. Wat betreft de opmerking: 'weten jullie wel dankzij wie jullie hier zitten' heeft mij pijn gedaan. Iedereen weet dat Honki Ponk wordt gezien als het levenswerk van Marja. En dat Marja zich directeur noemt i.p.v. directrice maakt mij niets uit. Dat ons gebrek aan wetenschap, betrokkenheid en geen kennis hebben van alle facetten wordt verweten: het bestuur hoeft niet alle facetten te "weten" van de problematieken en van wat de directeur doet. Ik zou het niet willen weten. Het principe van 'bestuur op afstand' komt dan in de vedrukking. Als de directeur meent ondersteuning te moeten vragen aan het bestuur: het bestuur heeft altijd de randvoorwaarden geboden. Bijvoorbeeld is de pijnbestrijding eenmalig gefinancierd en wij hebben met belangstelling kennis genomen van de zorgen van de directeur. Ik heb jouw functioneren in het bestuur nooit als een bedreiging gevoeld en een dubbele agenda heb ik nooit gevoerd. Daar houd ik niet van, net zo min als jij. En over de ambtelijke taal die ik gebruik, ik probeer mij zo zorgvuldig mogelijk uit te drukken. Dat deze vorm van communicatie problemen geeft, heb ik nog nooit gehoord.
Willem: ik wil wel wat zeggen. Ik zit sinds 2 jaar in het bestuur en ben door dr. Rijcke aangezocht. Ik had toen het idee dat ik meer tijd voor een dergelijke functie zou krijgen. Dit is helaas anders gebleken en daarom ben ik op zoek gegaan naar iemand in mij vakgebied, maar die zijn niet makkelijk te vinden. Van centen heb ik geen verstand. Ik heb gestudeerd. Ik veeg daarmee de mensen ook de mantel uit als men mij daar naar vraagt. Ik vind het denigrerend dat wij niet betrokken zouden zijn bij de opvoedkundige aspecten binnen de organisatie. Ik weet wel waar het om gaat. Toen jij in het bestuur kwam gaf ik je het voordeel van de twijfel. Meerdere meningen dragen bij tot een goed resultaat. Ik was bezig om weg te gaan. Toen werden er op een bestuursvergadering allerlei beledigingen naar Bert gemaakt. Waar slaat dit op. Er zijn toch geen scheldwoorden nodig. Vervolgens tijdens de vergadering in de Harg en daarna hier. Een voorstel van orde werd ondermijnd. Ik weet dat ik op diverse vergaderingen niet aanwezig was. Ik moest vaak werken. In een sfeer met niet beargumenteerde opinies over anderen vergaderen is niet goed. Met wie zo met anderen omgaat is niet te werken.
Bert: heeft Marja nog iets?
Marja: nee.
Pieter: er is heel wat werk te doen als ik dit zo hoor. Daar ben ik toe bereid.
Willem: als je teveel je eigen ruiten ingooit, ik heb een klacht ingediend bij je Deken.
Pieter:(schudt zijn hoofd)
Bert: wat schud je, zet het om in taal.
Pieter: als jullie de strijd zoeken.
Coby: wij zoeken de strijd niet. Ik vind het jammer dat ik geconfronteerd word met jouw mening dat wij niet in de organisatie passen, dat Bert, Dirk Jan en Willem volgens jou moeten aftreden. Er ligt een dagvaarding. Dit zijn strijdmiddelen. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Mijn verbazing is zeer groot. Eťn ding moge duidelijk zijn: ik heb deze vorm van strijd nooit zo beoogd. Ik betreur dit te moeten ervaren. Ik vind dat dit een verregaand middel is dat ik voor deze stichting niet deug. Pieter, jij had nog het woord.
Pieter: ik heb gezegd wat ik te zeggen had.
Bert: dan kom ik bij agendapunt 2.
Pieter: dan heb je een probleem
Coby: dat probleem hebben we al.
Bert: wat zouden we dan moeten doen?
Pieter: het gaat erom het conflict op te lossen. Moet daarvoor de dagvaarding weg en de brief worden ingetrokken, o.k.
Coby: Pieter, hoe kun je nu stellen dat het qua inhoud heel jammer is wat er is gebeurd. Ik begrijp het niet als jij constant ageert tegen politiek, macht van de gemeente, je hanteert diezelfde macht. Marja had die brief niet hoeven schrijven, jij had die dagvaarding niet hoeven brengen. Pieter, je moet een ontzettende dominante vader gehad hebben. Snap je wat ik bedoel?! Waarom gebruik je dezelfde machtsmiddelen als waartegen je geageerd hebt. Dirk Jan heeft veel van je moeten slikken.
Pieter: ik begrijp wat je bedoelt.
Marja: Ik wil graag het woord, kan dat? In het gesprek met de gemeente tijdens mijn vakantie over de onderhandelingen omtrent de financiŽn zouden Bert en Coby ons eigen vermogen, ons kapitaal voor de organisatie behouden. Later sprak de ambtenaar dit weer tegen. Ik heb Bert gevraagd een briefje te schrijven om het gesprek te bevestigen, omdat ik er niet bij was geweest. Bert schreef een briefje; dit was zo'n raar, lullig briefje met mijn naam eronder dat ik het omgevormd heb met dezelfde strekking en ik het heb verstuurd. Tijdens het zomerfeest, hier buiten, vroeg Bert mij of ik het briefje, wat hij had opgesteld, zo had verstuurd. Ik, zei hem dat ik het vertaald had in een andere brief, met dezelfde strekking. Hij zei mij dat ik dat niet had mogen doen. Hij had het gedaan met een bepaalde reden. Ik zei hem dat ik geen briefje de deur uitdeed met een lullige strekking onder mijn naam. En als hij een lullig briefje wil schrijven, hij dat zelf maar moest ondertekenen. Hij zei dat ik maar had doen wat hij zei. Ik zei hem dat ik zo geen brieven de deur uit kon doen, omdat je dan niet geloofwaardig bent als stichting. Bert zei dat hij dat expres gedaan had omdat ze het briefje dan terzijde zouden leggen en wegbergen. Ik zei Bert dat ik zo niet wilde overkomen bij de gemeente. Toen zei Bert, als ik het in het bestuur had gebracht en een ieder was het er mee eens, dan had je het maar uit te voeren. Ik heb hem gezegd dat we zo niet met elkaar omgaan. Ik ben een paar dagen later op dit gesprek teruggekomen. Er waren meerdere van dit soort voorvallen.
Coby: waarom heb je die dan met gemeld in de rondvraag van de vergadering?
Marja: zo ben ik niet. Ik ga liever direct naar de bewuste persoon toe.
Coby: nu zeg je het wel. Je had dat ook toen kunnen doen. Ik had het idee dat je je durfde te laten zien in het bestuur.
Bert:Wat het briefje betreft: je had kunnen aangeven het met de tekst niet eens te zijn. Ik had dan zelf kunnen tekenen of toestemming kunnen geven om het te veranderen. Die oplossingsmogelijkheid heb je niet gezien.
Marja: Je hebt het me zo gedicteerd. Ik had het maar uit te voeren.
Bert: op verzoek van jou had de tekst in overleg aangepast kunnen worden. Deze brief werd zo cruciaal gesteld, de taalhantering was essentieel.
Marja:het was een lullig taalgebruik en je wilde dat ik mijn naam eronder zette.
Bert:de oplossingsweg is niet gekozen. Als het bestuur iets beslist kan dat van doorslaggevende aard zijn. Het bestuur moet bestuursverantwoording dragen. Dit gaat meestal niet om cruciale zaken.
Dhr. De Kok: vanavond wel, het gaat om iemands levenswerk.
Bert: op het moment dat een organisatie zo uitgroeit zijn dat voor de oprichter de minst aantrekkelijke aspecten.
Dhr. De Kok: wat dhr. de Bruin wil aangeven is dat Marja de hele organisatie heeft gedragen en nu is er een beslissing genomen die tegen haar indruist en dan heeft ze pech.
Bert:Gezien de brief van Pieter zouden er 3 tot 4 bestuursleden weg moeten om met Honki Ponk verder te kunnen. Ik weet niet wat dat voor consequentie heeft. Als buitenstaander zie je de keus tussen 4 of 1 bestuurslid. De keus zou voor de 4 leden moeten zijn.
Marja: ik vind het jammer dat we niet verder kunnen als bestuur.
Coby: (zegt tegen Pieter) ik heb er veel last van.
Willem: ik heb een klacht bij de Deken der advocaten neergelegd wegens onoordeelkundige en juridische handelen.
Coby: Willem, hou er nu mee op.
Willem: U (tegen dhr. De Kok:) heeft ons allemaal gehoord. Hopelijk bent u objectief. U heeft er strategisch ingezeten. U heeft uw gesprek gekregen. Dhr. de Bruin heeft zich van een methode bediend, waar ik niet mee verder kan. Sorry, voor mij is het over. et ligt hier (doelt op aantal exemplaren van de dagvaarding) voor het hele personeel op tafel.
Bert: voor het deel van de vergadering dat nu volgt, wil ik de andere medewerkers vragen om weg te gaan.
Coby: jullie moeten nu echt weg'!!
(Niemand van de aanwezigen reageert hierop)
Bert: is er nog vertrouwen omtrent de bemiddelingspoging tussen Pieter en de overige bestuursleden?
Dirk Jan, Willem, Coby en Bert antwoorden allen: Nee.
Pieter: als er een probleem is, is het van belang om te kijken wat er mee te maken heeft. De strijd wordt aan twee kanten gevochten. Degene die de schuld krijgt gaat eruit. Het probleem is daarmee niet opgelost. Er zijn dingen gebeurd die mensen pijn hebben gedaan. Dit vind ik echt vervelend. Wat gebeurd is heeft met ons alle vijf te maken.
Mijn voorkeur gaat ernaar uit om het gezamenlijk op te lossen. Dit wordt ook van de medewerkers verwacht. Ik geloof echt dat ik jullie pijn heb gedaan, ik wil dit graag veranderen.
Bert: Het antwoord op de eerste vraag is nee. Er is een tweede vraag, waarop ik als laatste wil antwoorden. Heeft het bestuur er vertrouwen in om hoe dan ook door te gaan?
Willem: ik heb er geen vertrouwen in dat er verbetering in komt.
Dirk Jan:ik heb er geen vertrouwen in.
Coby: Ik heb het hier heel moeilijk mee. Ik ben religieus opgevoed. Ik kan niet met je attitudes uit de voeten. Ik vind het echt heel erg. Je hebt het mes in mijn rug gestoken. Ik kan het niet!!! (heel emotioneel)
Bert: ik kan ook niet verder.
(tegen Pieter) Ik begrijp dat als wij het besluit nemen om jou te royeren dat de kans groot is dat dat spanningen oplevert binnen de personeelsformatie en dat dat ten koste gaan van de financiŽle middelen van de organisatie. Het bestuur zal zich toch moeten laten bedienen door een collega van jou. Zie het niet als chantage, als beÔnvloedingsmiddel om coute que coute de minste te moeten zijn. Is het te overwegen om je vrijwillig terug te trekken als bestuurslid De belangen van de organisatie worden inhoudelijk en/of financieel geschaad.
Pieter: Daar wil ik graag met jullie over praten.
Bert: kunnen jullie daarmee akkoord gaan.?
Willem: nu nog een keer betekent later weer nog een keer.
Bert: we kunnen er nog een avond aan wijden van maximaal 3 uur.
Coby: waar wit je het dan over hebben?
Bert: het voorstel om de juridische messen van tafel te halen
Dhr. De Kok: het einde van die avond zal hetzelfde karakter hebben. Die avond zal ook van tevoren vastliggen. De oorlog kan dan echt losbarsten.
Bert: Ik denk dat het voorstel een kans moet hebben.
Dhr. De Kok:Dhr. de Bruin zal niet vrijwillig opstappen.
Bert: die mogelijkheid wil ik open hebben. Ik zoek niet naar gelijk, gelijk hebben of krijgen. Er zijn geen winnaars, alleen verliezers.
Pieter: Ik heb wel een voorwaarde: de messen van tafel. Jullie hebben ook een mes op tafel liggen in de vorm van het dreigement van royeren. Dat is een uiterst machtsmiddel. Een gesprek heeft alleen zin als dit dreigement en de dagvaarding van tafel zijn.
Coby: nee, het is andersom. Wij spelen het niet via de rechter.
Pieter: een mes is een mes.
Coby: in het belang van de organisatie moet dat helemaal niet. Als je geeft om de kinderen en de directeur, dan procedeer je niet.
Pieter: dat doen jullie toch ook?
Coby: daar heb je gelijk in.
Bert: het is een zakmesje tegenover een stevig slagersmes. Had ik het van tevoren geweten, dan was mijn opstelling precies hetzelfde geweest.
Coby: Hier op tafel ligt een stapel voor het personeel (bedoelt exemplaren van de dagvaarding).
Marja: die zijn voor het bestuur, niet voor het personeel. Het is toch heel vervelend hoe we nu verder gaan. Eigenlijk ben ik op non-actief gezet. Dat heb ik juridisch na laten trekken.
Bert:alle aspecten die niet des bestuurs zijn kun je afhandelen. Ik heb je toch de verbijzonderingsbrief geschreven. Juridisch klopt het. De voorzitter en de penningmeester vormen het dagelijks bestuur.
Dhr. De Kok: Marja zei hoe ze zich voelde naar aanleiding van de brief.
Bert: daarom is de verbijzonderingsbrief gestuurd.
Dhr. de Kok:het gaat om de eerste brief. De directeur behoort de bestuurstaken uit te voeren.
Willem: die brief is een reactie ergens op.
Dhr De Kok: natuurlijk, op het non-actief stellen. Het gaat niet over gevoel.
Bert: als Marja vertrouwen had gehad in het bestuur had dat vermeden kunnen worden. Dit heeft geleid tot het ervaren van een vergadering zoals ik en niemand van de bestuursleden haar gegund hadden.
Dirk Jan: het is nu klaar.
Bert: Gaan we het gesprek aan?
Dirk Jan: als je niet het royement van tafel haalt, heeft het geen zin.
Pieter:nee
Bert leest een briefje voor waarop de bestuursleden schriftelijk kunnen stemmen voor of tegen royement van Pieter.
Pieter: nog even een formeel punt. Via de dagvaarding komt dit bij de rechtbank. De rechtsgeldigheid van de agenda wordt betwist.
Coby: Had je het niet anders kunnen doen?
Willem: zeg wat je wilt.
Bert: Pieter, handelen wij nu in strijd met de statuten?
Pieter: het gewoonterecht maakt deel uit van een geheel aan regels. Je werkt met elkaar aan een probleemoplossing. Er wordt beslist bij consensus. De strekking van de statuten gaat verder dan alleen wat er op papier slaat.
Bert:Streven naar consensus is goed, maar nog niet zo afgerond dat het binnen de organisatie zo werkt.
Coby: ik wil weg. Pieter heeft vanuit zijn functie de juiste strategie gevolgd om gelijk te krijgen. Ik vind dat je niet zo met elkaar mag omgaan!! Dit valt me heel erg van je tegen. Qua mens had ik je hoog zitten. Waarom moest je dat nou zo doen!!!!! Zo zijn we met jou ook niet omgegaan.!!!!
Dhr. De Kok: dat wordt nu ruimschoots goedgemaakt.
Coby: Pieter weet heel goed wat ik bedoel. Ik vind het een eer om deel uit te maken van deze organisatie. Ik wil nu niet meer verder (heel geŽmotioneerd)
Coby krijgt een briefje toegeschoven.
Wat is dit, van wie is dit?? Het is goed. Doe maar!!
Bert: ik stel voor dat wij de strijd verliezen. Bij deze stellen wij (spreekt ook namens Willem, Dirk Jan en Coby) onze bestuursfunctie met onmiddellijk ingang ter beschikking. Ik wil wel graag een afschrift van de notulen.

Coby, Dirk Jan en Willem verlaten de vergaderruimte.

Bert merkt nog op dat men met vragen wat bestuurlijke zaken aangaat nog bij hem kan aankloppen en wenst iedereen gedag.

Na het verlaten van Bert Dekkers, Coby de la Rie. Willem van 1Jperen en Dirk-Jan 't Hoen van de vergadering, besluit Pieter de Bruin de vergadering voort te zetten.

Het ontslag van Bert Dekkers, Coby de la Rie, Willem van 1Jperen en Dirk-Jan 't Hoen wordt geaccepteerd en hun namen zullen uitgeschreven worden uit het handelsregister.

Over 14 dagen zal er een bestuursvergadering zijn. Marja zal voor de agendering zorgen.

Voor accoord:
De voorzitter: