De rol van Pieter de Bruin in de rol van curator

In juni 2007 liet De Bruin zich benoemen als bijzonder curator voor een meisje van toen net 15 jaar dat bij Novala verbleef.

Als kinderen een conflict met hun ouders hebben, kunnen ze niet naar de rechter stappen - bij de rechter kunnen alleen hun wettelijk vertegenwoordigers, meestal dus hun ouders, voor hun optreden. Nu kan het gebeuren dat er serieuze problemen zjn tussen een kind en zijn ouders - bijvoorbeeld over erfeniskwesties, of als een kind zijn schoolopleiding wil afmaken maar dat van de ouders niet mag. In zo'n geval kan het kind de rechter om een bijzonder curator vragen. Die kan dan bemiddelen tussen ouders en kind en desnoods naar de rechter stappen. De rechter benoemt zo'n bijzonder curator gewoonlijk uit een lijst van plaatselijke advocaten, die speciaal voor deze functie zijn opgeleid.

Liesbeth en Petra van den Hout, werkzaam in Novala in Kruisland, hadden een aan hun zorg toevertrouwd meisje heftig tegen haar ouders opgezet. Het kind was daar in 2002 tijdens een crisissituatie geplaatst door MEE. De ouders zeiden dat ze het kind naar huis zouden halen, waarop Novala een melding deed bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (de ouders zouden, volgens Novala, een ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van het kind vormen). Dat resulteerde in een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, en tenslotte is het kind op gezag van de kinderrechter uit Novala weggehaald.

Maar voor die tijd heeft Novala ervoor gezorgd dat De Bruin inderdaad als bijzonder curator werd aangesteld. Een bijzonder curator hoort zich in te spannen voor het belang van de minderjarige. Bij die functie hoort dat hij bemiddelt in het conflict. En in dit geval zou het in het belang van het kind zijn geweest, als De Bruin zou (helpen) zoeken naar een veilige opvang voor het meisje of zou meewerken aan haar terugkeer naar huis.

Maar dat deed De Bruin allerminst. Hij begon kort na zijn benoeming de ouders toestemming af te dwingen voor een 'vakantie' in Engeland - in wezen een 'werkvakantie': de bij Novala geplaatste kinderen werkten ieder jaar mee aan de oogst op de boomgaard van Petra's zoon in Engeland (dit natuurlijk zonder dat de ouders wisten wat die 'vakantie' in Engeland inhield en al helemaal zonder arbeidscontract of toestemming van de arbeidsinspectie). De Bruin stuurde een dagvaarding om die toestemming af te dwingen.

Een paar maanden later begon De Bruin, in naam van het kind, te procederen om de ouders te dwingen Novala te blijven betalen. De ouders hadden het zorgcontract met Novala opgezegd en waren de betalingen gestopt: hun kind verbleef tegen hun wil bij Novala. Hij trad in die procedures op als zowel de bijzonder curator als als advocaat. Keer na keer haalde hij bakzeil, want er was geen contract meer op basis waarvan Novala betaald zou moeten worden en de Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter waren helemaal niet van mening dat het in het belang van het kind was dat zij bij Novala verbleef.

Tijdens het onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming heeft De Bruin zich ook laten gelden. Hij deed, tevergeefs, veel moeite om de onderzoeker van de Raad ervan te overtuigen dat het kind bij Novala moest blijven - vooral door te proberen de ouders zwart te maken. Hij gaf overigens probleemloos toe aan de Raad dat hij juridisch adviseur was van Novala. En ook zijn betrokkenheid bij het MichaŽlsgenootschap ontkende hij niet - maar dat was volgens hem een privť-aangelegenheid waar de ouders niets mee te maken hadden. Het MichaŽlsgenootschap is gewoon een kerkgenootschap, zei hij.

Toen de Raad een concept-advies uitbracht, kreeg hij net als de andere betrokkenen een week de tijd om eventuele onjuistheden op te merken. De raad adviseerde onder toezichtstelling (omdat de relatie tussen ouders en kind inmiddels erg slecht was) en uit huis plaatsing uit Novala. De Bruin heeft de procedure een maand opgehouden en tenslotte een epistel geschreven over hoe slecht het onderzoek van de Raad was en hoe slecht de ouders waren. Het mocht niet baten: de rechters hadden geen goed woord over voor zijn rol in de zaak. Het kind is inmiddels dankzij goed werk van Bureau Jeugdzorg in een geschikt tehuis ondergebracht en er wordt gewerkt aan het herstel van de relatie met haar ouders.

Ook in de procedure over de uithuisplaatsing uit Novala is De Bruin stevig aan de tand gevoeld door de rechters. Ze namen het hem onder andere kwalijk dat hij geen enkele poging had gedaan met de ouders te overleggen of te bemiddelen in het conflict. De Bruin zei dat hij van het begin af aan helemaal niet heeft willen bemiddelen.

Zelfs nadat het kind bij Novala was weggehaald, en er dus een eind was gekomen aan het conflict, weigerde De Bruin zich als bijzonder curator terug te trekken. Daarom is de advocaat een procedure begonnen om hem door de rechter te laten ontslaan. De zitting is op 10 september 2008.

De ouders hebben een klacht ingediend bij de Deken van de Orde van Advocaten in Rotterdam. Hij heeft tegenstrijdige belangen gediend door bijzonder als bijzonder curator op te treden voor dit kind, terwijl hij ook juridisch adviseur was voor Novala en advocaat van De Kok en anderszins betrokken was bij het MichaŽlsgenootschap. Hij heeft niets gedaan wat in het belang was van dit kind en wel alles in het werk gesteld om op te komen voor het financiŽle belang van Novala. Novala ving maandelijks ruim Ä 3.200 van de ouders en het was dus in het belang van Novala dat het kind daar bleef en de ouders bleven betalen. (Het is sinds de Wet op de Jeugdzorg in 2005 in werking is getreden voor MEE niet meer mogelijk kinderen in crisissituaties te plaatsen: alle crisisplaatsingen worden door Bureau Jeugdzorg uitgevoerd en Bureau Jeugdzorg kijkt wel uit Novala kinderen te bezorgen. Dus Novala kan niet meer rekenen op aanvulling op het inkomen dat zij van de twee daar nog steeds verblijvende kinderen ontvangen). Bovendien heeft De Bruin zijn jonge, kwetsbare cliŽnt gebruikt voor het belang van Novala. Er loopt op dit moment een tuchtprocedure tegen De Bruin.