Schiedam, 28 december 2000

Geachte heer/mevrouw,

De afgelopen weken is er veel te doen geweest over de kinderopvang die wij bieden. Middels deze brief wil ik u de mogelijkheid bieden zicht te krijgen op de problematiek wat werkelijk aan de hand was en hoe wij verder gaan.

Tot nu toe heb ik veel agressie bij ouders aangetroffen. Ik was geschokt door de persoonlijke, gewelddadige bedreigingen van sommige ouders. Ik heb zelfs anoniem een kaart ontvangen waarin stond dat de afzender mij ten grave wilde dragen. Ik zal alle bedreigingen aan de politie vermelden en ik wens niet meer verder samen te werken met deze ouders. Ik heb de ouders verzocht te stoppen met deze agressie. Agressie heeft nooit kunnen leiden tot een oplossing, alleen maar tot intens verdriet en spijt. Altijd te laat.

Stichting Kinderopvang Honki Ponk is opgezet vanuit de visie, waarin het kind centraal staat en niet de ouder en de leidster. Werken vanuit een pedagogisch beleid houdt meer in dan kinderen opvangen; bij Honki Ponk brengt dat twee spanningsvelden met zich mee.

Het ene spanningsveld is dat niet iedere ouder het kind bewust bij Honki Pork brengt vanwege het pedagogisch beleid, maar het kind brengt omdat de ouders werken en zij een plek zoeken voor het kind in de kinderopvang. Bij het intake gesprek wordt verteld wie we zijn en wordt het beleid meegegeven, maar veel ouders realiseren zich niet voldoende wat het inhoudt. In de praktijk blijkt dan dat sommige ouders het niet eens zijn met dit beleid en er veranderingen in aan willen brengen.
Het andere spanningsveld is dat in Honki Pork anders opgevoed wordt dan bij sommige ouders thuis. Bij Honki Ponk worden de kinderen benaderd vanuit de vrijheid van het kind. De vrijheid die wij geven betekent niet grenzeloos vrijlaten, maar kijken naar het kind wat het zelf wil en wat het zelf al kan vanuit zijn/haar eigen vermogen en waar het correcties nodig heeft.

Om vanuit dit gedachtegoed kinderen te begeleiden is personeel nodig dat zich daarin verdiept. Wij geven bij de ouders aan dat wij werken volgens het pedagogisch beleid. In de praktijk bleek dat naarmate we meer met uitbreiding bezig waren, het werken volgens het pedagogisch beleid op de achtergrond raakte. Ieder probeerde er zijn/haar eigen invulling aan te geven, maar het ging niet goed. Er werd bijvoorbeeld veel straf gegeven aan kinderen. Dat paste niet bij de uitgangspunten van het pedagogisch beleid.

Het bestuur heeft vanaf 1998 begeleiding gezocht om meer verdieping te krijgen op het gebied van besturen vanuit het beleid. Echter, in de praktijk viel men weer snel terug naar werken vanuit de hiŽrarchie, wat niet strookte met de oorspronkelijke uitgangspunten.

Maar ook bij de leidsters ging het niet goed. Eind 1998 gaven de praktijkopleiders aan dat de inhoud van de pedagogiek bij het personeel dermate was verdwenen dat het voor hen moeilijk was deelnemers en studenten goed te begeleiden.

In het voorjaar van 1999 is er een bijeenkomst met het personeel en alle medewerk(st)ers geweest over hoe we verder zouden willen gaan en waar de knelpunten zaten. Er was grote behoefte aan pedagogische ondersteuning op alle vlakken. De praktijkopleiders kregen uitbreiding van uren om de leid(st)ers die korter dan een j aar in dienst waren extra ondersteuning te geven. Ik ben een opleidingsbeleid gaan schrijven, waarin ik aangaf waar en wat de behoefte was van alle medewerk(st)ers. Het bestuur keurde het beleid goed en verbond daar een bedrag van f. 1 00.000,-- aan om er uitvoering aan te kunnen geven. De uitvoering lag in mijn bevoegdheid.
Ik organiseerde allerlei praktische cursussen voor het personeel, waar een ieder op in kon schrijven. Deze cursussen werden druk bezocht. Daarnaast zocht ik ondersteuning in de dagelijkse praktijk.

Een opleidingsdocente heeft eerst op basis van de Gordonmethode begeleiding gegeven in de groepen op de Piersonstraat 37 en op de Schiedamseweg. Zij was verbaasd hoe weinig de medewerk(st)ers inhoud konden geven aan het beleid. Zij gaf mij als advies dat het hoog nodig was om meer praktische begeleiding te zoeken voor alle medewerk(st)ers vanuit de visie van Steiner, Korczak en Gordon. Zij kon die combinatie echter zelf niet geven. OP de Schiedamseweg was de theorie van Gordon wel wat aangeslagen, maar men kon er geen uitvoering aan geven. De praktijkopleiders gaven aan dat het aanleren van de basale kennis bij de nieuwe leid(st)ers dermate veel tijd vergde, dat ze daardoor niet toe kwamen aan emer theoretische pedagogische verdieping.
De leids(st)ers, die al langer werkte op de Piersonstraat 37, gaven aan dat zij moeite hadden met de manier van werken van de nieuwe medewerk(st)ers. Zij gaven aan dat er een onverschilligheid was ontstaan en dat leid(st)ers zich niet geheel meer gaven aan het begeleiden van kinderen. De aandacht van de leid(st)ers verplaatste zich naar onderlinge priv6 omstandigheden en zij konden niet aldoor de aandacht opbrengen voor de kinderen.

Hierdoor ben ik verder op zoek gegaan naar iemand die kennis had op het gebied van Steiner, Korczak en Gordon en die met mij samen deze drie visies in de praktijk bij elkaar tot uitvoering kon brengen. Ik heb gesprekken gehad met Jan Pieter de Kok, die deze theoretische- en praktische kennis had. Hij was voor mij de geschikte persoon. Eerst hebben we gekeken naar de totale organisatie en kwamen er al snel achter dat het bestuur geen kennis had om vanuit de gedachtegoed van het pedagogisch beleid te werken. En hoe kan een bestuur aan medewerk(st)ers vragen om te werken volgens het beleid als zij zelf de inhoud van het beleid niet kennen. Dat genereerde problemen. Een bestuur zou de motor moeten zijn waar vanuit beleid ontwikkeld wordt. Zij moeten het beleid kunnen toetsen en bewaken.

Het bestuur had in het voorjaar 2000 aangegeven om de organisatievorm te veranderen om financiŽle redenen. We spraken over een hoofd stichting met daaraan verschillende kleinere stichtingen, gekoppeld aan de vestigingen. Het bestuur vroeg mij om uit te zoeken wat daarin mogelijk was en vroegen mij met een voorstel te komen.

Vanaf oktober 1999 is het bestuur op zoek gegaan naar een bestuurslid die kennis had op het juridisch vlak. Ik leerde Pieter de Bruin kennen, die naast zijn kennis op juridisch vlak ook s had van de pedagogiek van Rudolf Steiner en Janusz Korczak en die bestuurservaring ad. In januari 2000 heb ik Pieter de Bruin voorgedragen in het bestuur. Voordat Pieter de Bruin in het bestuur aantrad heeft hij met ieder bestuurslid apart een diepgaand gesprek gehad ver zijn visie op het beleid. De bestuursleden besloten unaniem om Pieter de Bruin als lid an het bestuur op te nemen.

Vanaf juni vroeg Pieter de Bruin om een inhoudelijke vergadering in het bestuur over hoe we personeel konden ondersteunen in hun werk. De onderwerpen 'wat is opvoeden in vrijheid' en 'hoe wordt vorm gegeven aan een 8+groep gezien vanuit de vrijheid van het kind' werden esproken en een ieder gaf hierbij aan dat het goede inhoudelijke vergaderingen waren. De bestuursvergaderingen kregen een meer inhoudelijk karakter, waar vanuit beleid ontwikkeld on gaan worden.

Ondertussen heb ik met Jan Pieter de Kok onderzocht hoe het mogelijk was vanuit de driegeleding van Steiner te kijken naar de organisatie. Deze bespreking zou in het najaar terugkomen in het bestuur. Echter de problematiek rond de asbest op het Nijhoffplein gaf daaraan prioriteit op de bestuursagenda. Vanaf begin oktober was het de homogeniteit in het bestuur, die het onderwerp van de structuurverandering gezien vanuit de driegeleding verdrong.

Het ziekteverzuim onder het personeel was hoog, ruim 20%. Het bestuur en ik maakte ons zorgen. Ook hierover heb ik met Jan Pieter de Kok gesprekken gehad en we hebben mogelijkheden gezocht om het personeel weer terug te krijgen in de organisatie, wat ook lukte. Het ziekteverzuim liep in het j aar 2000 terug naar ongeveer 10%, hetgeen overigens nog steeds onacceptabel hoog is.

In 1999 vroeg de oudercommissie mij meer bekendheid te geven aan ouders over onze pedagogiek. Zij vroegen mij om ouderavonden te organiseren. Daar de uitbreiding en de veranderingen van de organisatie veel tijd vergde, kon ik geen tijd vrijmaken om zelf ouderavonden te geven. Wel besprak ik dit in de managementvergaderingen. De vestigingshoofden kozen onderwerpen uit het pedagogisch beleid die zij op ouderavonden bespraken. Zelf ben ik op advies van Jan Pieter de Kok stukken gaan schrijven in de Honki-Ponkkrant over Janusz Korczak om meer van de inhoud van zijn werk bekend te maken bij de ouders en medewerk(st)ers.

De oudercommissie werd in het voorjaar opgesplitst in twee oudercommissies. De oudercommissie van de Schiedamseweg, 't Honk en 't Blok heeft zich vanaf juni 2000 voornamelijk bezig gehouden met de onderlinge communicatie, waarbij het dermate uit de hand liep dat ťťn oudercommissielid al weer snel uit de oudercommissie werd gezet. Zelf gaven zij aan dat er geen inhoudelijke vergaderingen meer hadden plaatsgevonden.

De voorzitter van de oudercommissie, Marjan Tenk (NOOT VAN DE REDACTIE: LEES DE REACTIE VAN MARJAN), was volledig op de hoogte van het inhuren van Jan Pieter de Kok als organisatie adviseur. Zij heeft zelf van zijn diensten gebruik gemaakt. Mevrouw Tenk zat in een persoonlijk conflict met het vestigingshoofd van de Schiedamseweg, 't Honk en 't Blok, waardoor het functioneren van beiden onder spanning stond. Eind augustus vroegen zij mij om ondersteuning en vroegen zij een gesprek aan bij de heer de Kok met hem als gespreksleider, met als doel om weer beter te kunnen functioneren

met elkaar en helderheid te krijgen in hun probleem. Op 5 september vond dit gesprek plaats op kosten van Honki-Ponk.

De vestiging op de Schiedamseweg, waar het afgelopen jaar niet goed ging en er een groot verloop van personeel en daardoor ook van kinderen was, behoefde de grootst mogelijke aandacht. Ook de GGD, die in 1999 haar jaarlijkse controle had verricht, had aangegeven dat het uitvoering geven aan het pedagogisch beleid op die vestiging de nodige aandacht verdiende. De kinderen werden de dupe van het ontbreken van leidsters die zich volledig konden geven aan een goede begeleiding van kinderen. Een extern bureau, dat in augustus en september 1999 onderzoek had gedaan naar de situatie op de vestiging aan de Schiedamseweg schreef o.a.; 'de organisatieveranderingen hebben tot gevolg dat de vertrouwde bekende omgeving verandert in een meer professionele organisatie, die eisen stelt aan de beroepsbeoefenaar. De vraag is dat de werknemers professioneel naar de situatie kijkt en meedenkt. Tijdens dit proces wordt duidelijk dat de werknemers van Honki Ponk zich niet opstellen als deskundige beroepsbeoefenaren in een veranderende werksituatie, maar vanuit en familie-cultuur als IK-ZELF. Omdat de insteek IK-ZELF is, komen verwikkelingen tot stand en worden kwesties, die met het werk verband houden persoonlijk op gevat. De persoon voelt zich gediskwalificeerd. Teamleden zijn niet meer in staat te differentiŽren tussen ik als beroepsbeoefenaar en ik zelf als persoon. Dit conflict wordt het meest zichtbaar in de interne communicatie, waarin een sfeer van afrekenen, aanklagen en wraak zit. Ik wil de directie adviseren om dit team nadrukkelijk op communicatie te begeleiden. De manier waarop het vestigingshoofd communiceert is hier van wezenlijk belang! Als hier aandacht aan besteed lijft worden, dan dit team deze slag maken'.

Vanaf oktober 1999 zijn we gaan werken aan deze problematiek. In juni 2000 waren we zover dat het team op de Schiedamseweg een keerpunt maakte naar het professioneel kunnen kijken wat kinderen nodig hebben. In de zomervakantie werd omgeschakeld naar combi-banen. Een combibaan betekent dat leid(st)ers gedurende de week zowel peuters als schoolkinderen begeleiden.
Pieter de Kok heef mij met zijn deskundigheid hierbij geholpen. Het personeel werd enthousiast en na de vakantie konden we een ander team samenstellen, dat er weer geheel was voor de kinderen en dat zich kon presenteren aan de ouders.
Dit werkte verder positief door, zodat we een 8+groep konden vormen. De leidsters vroegen erbij om inhoudelijke ondersteuning. Ik ben zelf weer bij de teamvergaderingen gaan zitten en ik vroeg ondersteuning aan Jan Pieter de Kok. Hij gaf theoretische ondersteuning op de gebieden waar leidsters bij kinderen tegenaan liepen als het kind ander gedrag vertoonde dan gebruikelijk zou kunnen zijn. Hij vroeg wanneer en waarvoor leidsters gingen straffen en gaf aanwijzingen hoe dat vanuit liefde en inzicht begeleid kon worden.
Ook het personeel op de vestigingen 't Honk en 't Blok vroegen om meer inhoudelijke kennis. januari 2001 zouden we daar ook gaan starten met begeleiding in de teamvergaderingen.

Diverse leidsters kregen vertrouwen terug in zichzelf. Ze durfden te praten over hun worsteling in de omgang met de kinderen. Ze durfden ervoor uit te komen waar zij zelf mee zaten en hoe zij dat projecteerden op de kinderen. Er werd veel straf gegeven aan de kinderen. De omslag om vanuit een liefdevolle benadering kinderen te corrigeren als zij over de grens van een ander gingen werd begrepen.
Het vergde oefening van een ieder om dat ook in de praktijk tot uitvoering te brengen. Die slag ontstond voornamelijk op de Schiedamseweg, waar Jan Pieter de Kok begeleiding gaf het tean. Die omslag zouden we ook gemaakt kunnen hebben op 't Honk en 't Blok, als die problemen van de afgelopen maand er niet geweest waren.

De vestigingen op de Schiedamseweg, 't Honk en 't Blok werden aangestuurd door Arend Nijenhuis. Hij gaf in het voorjaar van dit jaar al aan het niet aan te kunnen en te willen zoeken naar een functie die beter bij hem paste. In het najaar bleek dat Arend nog steeds niet goed functioneerde o.a. op het gebied van communicatie als vestigingshoofd. (NOOT VAN DE REDACTIE: LEES DE REACTIE VAN AREND) Hij werd teruggezet in zijn vorige functie als groepsleider. Nancy Burleson, Pepita van Laer en Sylvia Florentinus gaven aan dat zij die functie over wilden nemen. Er hebben diverse gesprekken plaatsgevonden, waaronder ook een gesprek met Jan Pieter de Kok, die mede aangaf dat ze nog veel te leren hadden, maar de capaciteit in zich hadden dat aan te kunnen. Hierna hebben sollicitatie gesprekken plaatsgevonden in de vestigingen en hebben de teams inspraak gehad op de aanstelling van het nieuwe vestigingshoofd.

De organisatie was op alle fronten aan het veranderen. De noodkreet 'doe iets aan het pedagogisch beleid' werd gehoord. Naarmate meer inhoud over de kennis van het beleid terugkwam, des te duidelijker werd het wie er wel en wie er niet wilden werken vanuit het beleid. Ik heb in de laatste maanden vůůr 1 december diverse medewerk(st)ers, schoolkinderen en ouders gezien en ervaren die enthousiast waren.

Hoe zal Honki Ponk er in de toekomst uitzien?

Het kind kiest zijn/haar ouders. De ouders besluiten om hun kind naar een dagverblijf te brengen. Het kind wordt bij Honki Ponk gebracht waar het vraagt om een liefdevolle omgeving om er te mogen zijn wie het is en wie het wil worden.
Het kind verdient de grootst mogelijke aandacht van een volwassene. Bij Honki Ponk staat het kind centraal. In Honki Ponk wordt begeleid vanuit de inzichten van Rudolf Steiner, Janusz Korczak en Thomas Gordon, wat betekent dat kinderen worden begeleid vanuit de vrijheid en verantwoordelijkheid. De kinderen laten zien en geven aan wat zij willen en hoe zij dat willen. Kinderen dragen op hun ontwikkelingsniveau hun eigen verantwoordelijkheid. Daarin worden ze begeleid door volwassenen.
Hiervoor zijn leid(st)ers nodig die zich verdiepen in ieder kind dat bij hen komt. Ieder kind vraagt om een eigen begeleiding. Dat betekent dat de leid(st)er zich verdiept in wie het kind is en waar het kind vandaan komt; het gezin waarin het kind leeft, leert kennen door middel van gesprekken met de ouders en zich inleeft in de gezinssituatie van het kind. Het betekent ook dat de leid(st)er de hele dag goed naar het kind moet kijken en inspeelt op de behoefte van het kind en het kind corrigeert als het over de grens van de ander en over de grens van zijn/haar eigen kunnen gaat. In het dagelijkse werk worden theorie en praktijk samengebracht en uitgevoerd.
Ouders en leidsters begeleiden kinderen vanuit verschillende perspectieven, in het ideale geval vullen ze elkaar aan. Ouders kunnen opvoedingsondersteuning krijgen van leid(st)ers. Leid(st)ers helpen elkaar om over de kinderen te praten. Daarbij praten ze niet alleen over het kind, maar ook over elkaars mogelijkheden en grenzen, elkaars tekortkomingen, elkaars onzekerheden.
Groepshulpen en huishoudelijk medewerksters ondersteunen de leid(st)ers bij hun taak op het gebied van hygiŽne en voedingsvoorbereiding.
Om dit te kunnen verwezenlijken heeft de leid(st)er een omgeving nodig waar dit mogelijk is. De omgeving wordt aangepast aan de behoeften van het kind. Een gebouw en materialen, zoals meubilair, speelgoed, voeding e.d. zijn de hardste en zichtbaarste gegevens. Dit proces vergt ondersteuning, wat gegeven wordt door de directrice en de vestigingshoofden. Zij zouden het bestuur moeten vormen.

Het bestuur dient gevormd te worden door mensen die de Stichting verder willen ontwikkelen en die op de hoogte zijn van wat kinderen nodig hebben vanuit de visie van Honki Ponk. Zij ondersteunen de medewerk(st)ers om vanuit het pedagogisch beleid te kunnen werken. Bestuursleden dienen inhoudelijke kennis te hebben op dit gebied. Beslissingen worden genomen op basis van consensus. Het bestuur wordt ondersteund door de administratief medewerksters en deskundige mensen van buitenaf.

In de hele organisatie is studie en verdieping van het pedagogisch beleid een noodzaak om te kunnen functioneren. Ieder mens mag fouten maken. Er wordt, zonder oordeel, over gesproken. Men is bereid elkaar te helpen bij het oplossen daarvan. Wederzijds respect is het uitgangspunt.

Honki Ponk is een organisatie die altijd met een pedagogisch beleid gewerkt heeft. Tot nu toe
was het kennelijk te onduidelijk waar Honki Ponk echt voor stond. Dit gaf de mogelijkheid ouders en medewerk(st)ers om voordurend hun eigen invulling eraan te willen geven, die botste met de uitgangspunten van het beleid.

Honki Ponk gaat verder met Pieter de Bruin en ondergetekende in het bestuur, in de toekomst mogelijk aangevuld per vestiging met vestigingshoofden. Dit behoeft voor de toekomst nog verdere verdieping. Ook een andere, dichter bij de vestigingen staande (bestuurs)organisatievorm, is mogelijk.
Pieter de Kok blijft de organisatie adviseur. Daarnaast blijven adviseurs op specifieke terreinen noodzakelijk, zoals b.v. een accountant.

Ik heb de ouders gevraagd zelf een keuze te maken of zij wel of niet gebruik willen blijven maken van Stichting Kinderopvang Honki Ponk.

In verband met de ontwikkelingen en de commoties van de afgelopen periode heeft het bestuur besloten de kinderopvang nog niet op 2 januari 2001 te openen, maar de openingsdatum te verschuiven naar 8 januari 2001, wanneer duidelijk is wie bij Honki Ponk wilt blijven. Tot die datum zijn de vestigingen gesloten. Tevens zal de opening van alle vestigingen afhankelijk zijn van de sfeer die noodzakelijk is voor een goede en rustige opvang voor kinderen. Wij willen de kinderen niet blootstellen aan alle geweld, emoties en acties die de laatste weken hebben plaatsgevonden.

Marja van Wolferen
Directrice van Stichting Kinderopvang Honki Ponk