Aan Mw. M. van Wolferen,
Directeur van Stichting Kinderopvang Honki-Ponk
Piersonstraat 37
3119 RG Schiedam

Schiedam, 1 januari 2001

Betreft uw brief van 28 december aan de ouders

Geachte mw. Van Wolferen,

Met verbazing en verbijstering heb ik uw brief gelezen. In mijn reactie op uw brief, wil ik alleen ingaan op de passage waarin ik met naam en toenaam genoemd word.

De desbetreffende passage geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid. Middels deze brief wil ik dan ook stellig protesteren tegen de manier waarop u de zaken voorstelt en mijn visie geven op het geheel.

Het is juist dat ik samen met dhr. Nijenhuis een gesprek heb gehad met dhr. J.P. de Kok. Ik bestrijd dat door het door u genoemde conflict, mijn functioneren onder spanning stond. U heeft mij in die periode nooit aangesproken over enig disfunctioneren binnen Honki-Ponk. U heeft ook in die periode, b.v.in de situatie rond het Nijhoffplein meerdere malen gebruik gemaakt van mijn diensten als voorzitter van de oudercommissie, tot ons beider tevredenheid.

Verder heb ik in het door u genoemde conflict zeker niet om uw ondersteuning gevraagd! Zowel dhr. Nijenhuis als ik hadden behoefte om de zaken tussen ons uit te praten. In gezamenlijk overleg (waar u volgens mijn weten niet bij betrokken was), hebben we besloten dit gesprek met een derde erbij te voeren. Dhr. Nijenhuis stelde dhr. De Kok voor; ik ben daarmee akkoord gegaan. Wij wisten beiden op dat moment niets van de achtergronden van dhr. De Kok.

Het door u genoemde doel van het gesprek is niet juist weergegeven; dat kunt u m.i. ook niet, aangezien u geen partij was in het gesprek. Dhr. Nijenhuis en ik hebben altijd samen goed kunnen samenwerken en functioneren. U heeft zich daar met regelmaat positief over uitgelaten, en regelmatig een beroep gedaan op ons beiden voor het ontwikkelen en schrijven van beleid of mondeling advies in deze. Er ligt b.v. een beleidsstuk van onze hand m.b.t. ongewenst gedrag, seksuele intimidatie, hoe te handelen bij vermoedens van (seksuele) kindermishandeling, met daarbij een aanbeveling hoe dit beleid en de protocollen en procedures ge´ntroduceerd en ingevoerd kunnen worden bij personeel en ouders.

Ik wist tijdens het gesprek waar dhr. De Kok als gespreksleider bijzat, niet dat hij als organisatieadviseur aan de Stichting Kinderopvang Honki-Ponk verbonden was. Pas later werd mij dit duidelijk. Ik was toen nog steeds niet op de hoogte van de achtergronden van de heer de Kok. De suggestie in uw brief dat ik volledig op de hoogte was van het inhuren van Jan Pieter de Kok als organisatieadviseur is dus onjuist.

Tot slot:
deze brief gaat in afschrift naar de ouders en personeelsleden.

Hoogachtend,


M. Tenk.

Cc Dhr. A.J. Nijenhuis