Een overzicht van stap tot stap van de crisis bij Honki-Ponk door de oudercommissies

De oudercommissies bemerken dat ouders behoefte hebben aan meer informatie over de situatie. Met dit verslag hebben we getracht ons zo goed mogelijk te houden aan de feiten en er zo min mogelijk eigen interpretaties aan toe te voegen.
Waar gesproken wordt over ‘de vier bestuursleden’ of ‘de vier’ wordt overigens bedoeld: Cobie de la Rie, Dirk-Jan ’t Hoen, Willem van IJperen en Bert Dekkers.

Directeur Marja van Wolferen introduceerde advocaat Pieter de Bruin voorjaar 2000 bij het bestuur van de Stichting Kinderopvang Honki-Ponk. Hij sprak met de vier bestuursleden (Cobie de la Rie, Dirk-Jan ’t Hoen, Willem van IJperen en Bert Dekkers) en op grond daarvan werd hij aangesteld als bestuurslid. Het was de vier bestuursleden niet bekend dat De Bruin banden heeft met de omstreden iatrosoof J.P. de Kok.
De Bruin heeft De Kok enkele keren verdedigd als advocaat in rechtszaken. De Kok is enkele keren gearresteerd op verdenking van zware mishandeling c.q. het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld. Hij is ieder geval 1 keer veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf. Hoogleraar Hugo Verbrugh, vroeger verbonden aan de Erasmus Universiteit, doet al twintig jaar onderzoek naar De Kok. Verbrugh omschrijft hem als de ‘meest criminele kwakzalver van de afgelopen eeuw’. Waarschijnlijk is de directeur met De Kok en De Bruin in contact gekomen via haar partner Gerard Beijn (een oude vriend van de Kok) die haar introduceerde bij homeopaat Olaf Janssen, een ex-arts die vanwege zijn ongeoorloofde praktijken de hoogst tuchtrechterlijke straf heeft gekregen (hij mag zijn vak als arts nooit meer uitoefenen en zich geen arts meer noemen) en die een volgeling is van De Kok.

In mei woonde De Bruin zijn eerste bestuursvergadering bij. Zeven vergaderingen later al is er een bestuurscrisis waarbij de vier bestuursleden tegenover De Bruin staan. Hij verwijt de anderen een gebrek aan loyaliteit ten opzichte van directeur, mevr. Van Wolferen omdat haar aanwezigheid niet noodzakelijk zou zijn tijdens een intern beraad op 3 oktober van het bestuur. Vier bestuursleden willen praten over de vraag of de eensgezindheid binnen het bestuur momenteel optimaal is. De vier willen aan de orde stellen: de eventuele verschillen in opvatting, de evenwichtige besluitvoorbereiding en de methoden en/of technieken die worden gehanteerd om medeleden te overtuigen. De vier bestuursleden (De la Rie, ’t Hoen, Dekkers en Van IJperen) doen dit omdat zij vinden dat bestuurslid De Bruin langzaam maar zeker de vergaderingen zeer negatief beïnvloedt. De discussie die rond en na 3 oktober ontstaat en de zeer laatdunkende uitlatingen ten opzichte van andere bestuursleden, zijn voor de vier voldoende om De Bruin te willen royeren als bestuurslid.

De vergadering, waarbij het vertrek (royement) van De Bruin centraal stond, zou plaatshebben op 6 november. De vier bestuursleden ontvingen op 30 oktober echter een brief waarin De Bruin aankondigde naar de rechter te stappen als zij die dag voor twaalf uur geen ontslag zouden nemen. De bestuursleden zien naar aanleiding van de brief geen reden om ontslag te nemen.
Op de middag, voorafgaande aan de vergadering op 6 november, ontvingen zij een dagvaarding van De Bruin voor royement van drie van hen.
Tijdens de vergadering, waarvan de notulen 17 pagina’s beslaan, werden de vier bestuursleden door De Bruin geïntimideerd en verbaal bedreigd. Bovendien lag de dagvaarding op tafel. Deze vergadering wordt bijgewoond door De Kok, die aan het bestuur wordt voorgesteld als organisatie-adviseur. Het was een zeer emotionele vergadering. De vier bestuursleden hebben toen uiteindelijk besloten het bestuurslidmaatschap op te zeggen. Het doorlopen van een gerechtelijke procedure kost tijd en vooral geld, geld dat volgens de vier beter in het belang van de kinderen kon worden besteed aan Honki-Ponk.
Op dat moment weten de vier bestuursleden nog niet dat De Kok een zeer gevaarlijk man is, met omstreden praktijken en dat De Bruin een volgeling is. Het bestuur was ook niet op de hoogte van de aanwezigheid van een organisatie-adviseur binnen Honki-Ponk. De vier bestuursleden benaderen half november de oudercommissie omdat zij vinden dat de ouders moeten weten dat vier van de vijf bestuursleden onmiddellijk en tegelijkertijd zijn opgestapt. Notulen van bestuursvergaderingen worden meegestuurd. Dat het bestuur echt niet wist waar het De Bruin allemaal om draaide blijkt uit een toelichting. Citaat: ‘Wat de rol is van Pieter de Bruin, Peter de Kok en de voorgedragen bestuursleden door Marja, blijft onduidelijk. Er blijkt een verborgen agenda te zijn. Alle genoemde personen hebben ook persoonlijke banden met Marja.’
De oudercommissies Schiedamseweg, ’t Honk, BSO 8+ en Blok trekken overigens op 10 november (zie notulen) aan de bel bij directeur Van Wolferen. In de oudercommissievergadering wordt geconstateerd dat er verschillende ontwikkelingen gaande zijn bij Honki-Ponk waarvan de oudercommissies niet op de hoogte worden gesteld. Er is een bestuurscrisis; maar dat moeten de oc-leden horen van de opgestapte bestuursleden en inmiddels is ook vestigingshoofd Arend Nijenhuis met ingang van 1 december uit zijn functie gezet. De oudercommissie benadert de directeur met het verzoek om een nadere toelichting te geven hierover. Ook wordt een brief gestuurd (10-11-2000) waarin de oudercommissies Schiedamseweg/’t Honk/ Blok en BSO 8+ ‘hun bezorgdheid uitspreken over de manier waarop de afgelopen tijd wordt omgegaan met de ouderparticipatie binnen de genoemde vestigingen’. Na de zomervakantie hadden deze oudercommissies ook al aangegeven te worden genegeerd met betrekking tot de ontwikkelingen van de BSO 8+. We worden slecht geïnformeerd, is de conclusie. De oudercommissies vragen de directeur maatregelen te nemen om de communicatiestroom weer te herstellen.

De oudercommissies vinden dat de ouders op de hoogte moeten worden gebracht van het feit dat er een bestuurscrisis is (geweest) en dat Arend Nijenhuis uit zijn functie is gezet. Uit de notulen die de bestuursleden ter informatie aan de oudercommissieleden hebben gestuurd, wordt het de oudercommissie-leden duidelijk dat er een brief is waarin twee werknemers van Honki-Ponk Marja van Wolferen voordragen als bestuurslid van de Stichting. Maar zij ondertekenen de brief als ouders en maken daarbij gebruik van het statutaire voorrecht dat ouders een voordracht van een bestuurslid kunnen doen. De oudercommissies vinden deze handelwijze niet juist en vragen een vergadering met de directeur aan. Ook willen de oudercommissie-leden tijdens deze vergadering meer informatie over de bestuurscrisis. Immers, er ligt een verzoek van de vier opgestapte bestuursleden om een brief over de crisis te publiceren in de Honki-Ponk-krant. De directeur heeft de redactie echter al telefonisch op het hart gedrukt een eventuele brief van de vier niet te plaatsen. De oudercommissies eisen duidelijkheid.

In een vergadering op maandag 27 november worden de verschillende kwesties behandeld. Daarbij zijn verrassend aanwezig de drie nieuwe vestigingshoofden die worden voorgesteld aan de oudercommissies en Mirjam Veldhoven, vestigingshoofd van de Piersonstraat. Centraal tijdens deze vergadering staan het vertrek van Arend Nijenhuis, de bestuurscrisis en de brief van de werknemers waarin Marja van Wolferen wordt voorgedragen als bestuurslid. De oudercommissieleden geven heel duidelijk aan dat zij dit laatste niet wenselijk achten. Een bestuur is werkgever en dus is een bestuurslid/directeur werkgever en werknemer tegelijk, een onmogelijke situatie. Marja zegt niet geweten te hebben dat de werknemers deze brief zouden schrijven. Zij geeft ook toe dat deze combinatie ongebruikelijk is en eigenlijk niet kan. Aan één van de op de vergadering aanwezige werknemers die de voordracht hebben gedaan, wordt gevraagd of zij de brief uit eigen beweging zou hebben geschreven. Zij geeft toe dat De Bruin haar en haar collega gevraagd had de brief te schrijven. Zelf zou ze het niet hebben gedaan, zegt zij. Voor het bezwaar dat zij de brief als ouder ondertekent, terwijl zij niet aangeeft dat zij ook werknemer is, is zij niet gevoelig. De oudercommissie benadrukt dat de oudercommissie tenminste op de hoogte gesteld had moeten worden van een dergelijke actie. De kwestie wordt uitvoerig besproken waarbij gesteld wordt dat de brief niet geschreven had mogen worden omdat de personeelsleden zich in een afhankelijke positie bevinden ten opzichte van degene die zij voordragen, omdat de directeur geen bestuurslid kan zijn en omdat de brief niet geschreven is in overleg met de ouders. Omdat de oudercommissie eerder had benadrukt bij de directie dat de ouders moesten worden geïnformeerd over de bestuurscrisis, en over de situatie omtrent Arend Nijenhuis (die al op 12 oktober te horen kreeg dat hij op 1 december geen vestigingshoofd meer mocht zijn; het was nu 27 november en de meeste ouders wisten nog van niets) legde de directie die avond een nieuwsbrief voor. Deze is in de week van 1 december verspreid.

Tot 27 november waren het (voormalige) bestuur en de oudercommissies dus niet op de hoogte van het feit dat er een organisatie-adviseur was die De Kok heette, maar vooral niet van het feit dat hij een zeer omstreden figuur is met een verleden dat rechtvaardigt dat alle banden met Honki-Ponk onmiddellijk en definitief worden verbroken. Pas op 28 november trok oud-oudercommissielid Marjan Tenk aan de bel; zij had zijn naam horen vallen en op 28 november eindelijk uitgevonden wie hij was..

Die dag nog werd door oudercommissielid Marianne Ames telefonisch contact gezocht met directeur Marja van Wolferen om opheldering te vragen. Hoopvol dacht zij dat Peter de Kok misschien een andere persoon was dan de als kwakzalver bekend staande J.P. de Kok en ook dacht zij dat Marja van Wolferen te goeder trouw was geweest toen zij deze figuur binnen de organisatie haalde. Op woensdag 29 november was eindelijk telefonisch contact met de directeur, waarin zij bevestigde dat het om dezelfde persoon ging en tevens dat zij wist dat hij zeer omstreden was. Haar repliek was dat ‘hij wel veel van kinderen hield’. Tijdens dat gesprek werd gelijk gevraagd of Marja op de kortst mogelijke termijn tijdens een vergadering met de oudercommissies wilde uitleggen waarom zij het beleidsbesluit genomen had deze man binnen te halen. Diezelfde avond belde zij terug dat zij op maandag 4 december tijd had om daarover te praten.
In een brief van 30 november bevestigen de oudercommissies dit telefonische gesprek. ‘De oudercommissies (..) zijn ernstig verontrust over de medewerking van De Kok aan Honki-Ponk’. Ook wordt Marja op de hoogte gesteld van het feit dat de oudercommissies overwegen de ouders hierover te informeren, vanwege het belang dat zij aan deze kwestie hechten.

De geschrokken oudercommissieleden nemen die week contact op met de voormalige bestuursleden, die ook hevig verontrust zijn. Zowel op woensdag- als donderdagavond wordt door de gezamenlijke oudercommissies vergaderd waarbij zij steeds meer informatie krijgen over de praktijken van De Kok. Donderdagavond wordt besloten de ouders in te lichten. De oudercommissies krijgen signalen dat enkele ouders het ‘nieuws’ weten en zijn bang de situatie niet meer in de hand te houden en kunnen niet instaan voor persoonlijke acties van ouders tegen de directeur en de Kok. Bovendien willen de oudercommissies niet dat de ouders een dergelijke ontwikkeling uit de krant moeten vernemen. Er wordt een nieuwsbrief gemaakt om de ouders èn de leiding te informeren. De bedoeling is deze nieuwsbrief vrijdagochtend eerst te overhandigen aan de leidsters en daarna uit te delen aan de ouders die hun kind(eren) komen brengen. Omdat een brief van de voormalige bestuursleden aan de redactie van de Honki-Ponk-krant (de oudercommissies) is ‘zoekgeraakt’ wordt besloten de brief niet in de bakjes te doen. Door de brief uit te delen kan gelijk meer informatie aan de ouders worden gegeven en wordt voorkomen dat de ouders de brief niet opmerken doordat ze ’s ochtends niet in de bakjes kijken.

Drie van de vier voormalige bestuursleden (Coby de la Rie, Dirk Jan 't Hoen en Bert Dekkers) meenden op grond van hun maatschappelijke en bestuurlijke verantwoordelijkheid hun taak als bestuurslid weer op te moeten nemen om te proberen De Bruin en De Kok te weren uit de organisatie. De reacties van de ouders zijn zo heftig dat de drie bestuursleden die zich weer in functie hebben verklaard, vrijdagmiddag De Bruin royeren als bestuurslid en Marja van Wolferen op non-actief zetten.

Hoe het verder loopt, kunt u lezen in de nieuwsbrieven die daarna regelmatig verspreid zijn en op deze website grotendeels terug te vinden zijn.

Vertrek Arend Nijenhuis
Veel ouders hebben zich afgevraagd of het vertrek van vestigingshoofd Arend Nijenhuis te maken had met de kwestie De Bruin/De Kok. Om speculaties te voorkomen, heeft de oudercommissie contact met hem opgenomen. Hij vertelde dat hij destijds zijn functioneren als vestigingshoofd op eigen verzoek ter sprake had gebracht. Daarna zijn gesprekken geweest waarbij de directeur aangaf dat Arend zeker niet zijn functie moest opgeven. Hij moest er goed over nadenken, daarvoor heeft hij deze zomer zes weken vakantie opgenomen. Op 12 oktober was er een gesprek met hem en Marja van Wolferen en Peter de Kok als organisatie-adviseur waarbij gesteld werd dat hij op grond van zijn functioneren moest stoppen als vestigingshoofd per 1 december. Arend vertelde dat hem geen nieuw, ander beleid is voorgelegd waaraan hij zich moest conformeren (zoals wel geopperd werd) en ook niet dat hem is gevraagd zich aan te passen aan een nieuwe organisatie. Hij vindt het wel vreemd dat voor de vakantie nog alle kansen voor hem aanwezig waren en dat na de vakantie de situatie totaal was veranderd. Arend werd o.a. een baan op de groep aangeboden en met deze degradatie is hij niet akkoord gegaan. Hij meldde zich ziek.