Rolnummer 149801
A R R 0 N D I S S E M E N T S R E C H T B A N K
T E R 0TTERDAM



Zaak/Rolnummer: 149801/KG ZA 01-1
Uitspraak: 11 januari 2001





VONNIS van de president in
kort geding in de zaak van:

(Namen van de eisers)

- t e g e n -



1. de stichting STICHTING KINDEROPVANG HONKI PONK,
gevestigd te Schiedam,
procureur mr. P.J. de Bruin;
2. Maria VAN WOLPEREN,
wonende te Schiedam,
procureur mr. P.J. de Bruin;
3. Pieter Johannes DE BRUIN,
wonende te ‘s-Gravenhage, verschenen in persoon,
gedaagden.



Eiseres sub 1 wordt hierna (ook) aangeduid als "de Gemeente”.
Eisers sub 2 tot en met 163 en 201 tot en met 205 worden hierna (ook) aangeduid als "de ouders".
Eisers sub 164 tot en met 197 worden hierna (ook) aangeduid als "het Personeel”.
Eiseres sub 198 wordt hierna (ook) aangeduid als "het Ziekenhuis".
Eiseres sub 199 wordt hierna (ook) aangeduid als "BoinK”.
Eiseres sub 200 wordt hierna (ook) Aangeduid als “Kidsconcern".



1. Het verloop van het geding

1.1
Dit blijkt uit de navolgende, door partijen ter vonniswijzing overgelegde stukken:
- dagvaardingen;
- pleitnotities en producties van mr. Franken;
- pleitnotities en producties van mr. De Bruin.
Partijen hebben hun standpunt nog nader doen toelichten.

1.2
Gelet op de gestelde spoedeisendheid wordt voor de overige dan de hierna te noemen feiten, omstandigheden en standpunten van partijen verwezen naar de hiervoor onder 1.1 bedoelde stukken.


2. De vordering

Eisers hebben hun eis gewijzigd en aangevuld. De vorderingen luiden dat het de President behage bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I primair
te benoemen als bestuursleden in het bestuur van de stichting Honki Ponk de sub 5 in de dagvaarding genoemde personen.
subsidiair
gedaagden te veroordelen om binnen 24 uur na berekening van een in deze te wijzen vonnis te benoemen de sub 5 in de dagvaarding genoemde personen. bij gebreke waarvan:

primair:

het in deze te wijzen vonnis dezelfde kracht heeft als vorenbedoelde benoeming opdat dit vonnis kan worden ingeschreven in de daartoe bestemde registers;
subsidiair:
gedaagden, ieder voor zich en hoofdelijk, een direct opeisbare, dwangsom verschuldigd zijn van
f 25. 000, - per dag, waarbij een deel geldt als een hele dag:
II gedaagden te veroordelen om uiterlijk maandag 15 januari 2001 om 7.30 uur vestigingen te openen en geopend te houden voor de door haar geëxploiteerde activiteiten tot 19 december 2000, bij gebreke waarvan gedaagden, ieder voor zich en hoofdelijk, een direct opeisbare dwangsom verschuldigd zijn van f 25. 000, - per dag, waarbij een deel geldt als een hele dag;
111 gedaagden te veroordelen en te bevelen om binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis eisers sub 164 tot en met 197 met onmiddellijke ingang toe te laten tot de hervatting van hun gebruikelijke werkzaamheden op de overigens gebruikelijke tijdstippen en condities, zulke op straffe van een dwangsom van f 5. 000, per dag, waarbij een deel geldt als een hele dag, per eiser, gedurende welke gedaagden in gebreke blijven aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen:
kosten rechtens.”

IV buitenwerking te stellen het besluit van het bestuur van de Stichting Honki Ponk waarbij J.P. de Kok, 0. Janssen en G.E.D. Beijn tot bestuursleden zijn benoemd,

alles met veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure.

3. De beoordeling

de ontvankelijkheid

3.1
De Gemeente is niet-ontvankelijk ten aanzien van sub I, III en IV gevorderde voorzieningen. Als vergunningverlener en als subsidieverstrekker is de Gemeente betrokken bij de Stichting, maar dat betekent nog niet dat ze een gerechtvaardigd belang heeft bij de invulling van bestuurszetels, en evenmin dat ze belang heeft bij personele aangelegenheden.
De Gemeente heeft wel belang bij de sub II gevorderde voorziening omdat zij afnemer is van kinderopvang(bedrijfs)plaatsen. In zoverre is de Gemeente wel ontvankelijk.

3.2
Voor het Ziekenhuis en voor Kidsconcern geldt in wezen hetzelfde. Het Ziekenhuis heeft met de Stichting een overeenkomst voor 6 kindplaatsen met een mogelijke uitbreiding naar 24. Kidsconcern is afnemer van enkele tientallen bedrijfsplaatsen. Beide hebben daarmee (slechts) belang bij de sub II gevorderde voorziening.

3.3
BOinK is een belangenorganisatie voor ouders in de kinderopvang, met als statutaire doelstelling de behartiging 'van belangen van ouders met kinderen die gebruik maken van kinderopvang. De president vermag niet in te zien dat BOinK naast de Ouders een eigen rechtstreeks belang heeft bij de gevorderde voorzieningen. BOinK zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

3.4
Ter volledigheid: het is evident dat de Ouders (het gaat om te realiseren kinderopvang) en het Personeel (werkgelegenheid in het algemeen) belang hebben bij de gevorderde voorzieningen.

het spoedeisend belang

3.5
Een spoedeisend belang wordt aangenomen, omdat voor zowel (het bestuur van) de Stichting, werknemers, ouders als contracten het van evident belang is dat weer in een voltallig, althans functionerend bestuur wordt voorzien.

de verdere beoordeling

3.6
De president stelt voorop dat de onderliggende conflicten
tussen partijen buiten beschouwing blijven. Weliswaar liggen
die conflicten ten grondslag aan de onderhavige geschillen, maar ze spelen verder geen rol bij de beoordeling van (met name het eerste deel van de vordering.

ten aanzien van het sub I gevorderde

3.7
Artikel 6 van de statuten van de Stichting bepaalt dat de Stichting wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit een door het bestuur te bepalen oneven aantal van vijf leden, van wie tenminste één deskundig is op medisch, psychosociaal of pedagogisch terrein. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bestond het Bestuur uit twee personen, zodat - en dat is de kern van dit deel van de vordering - in drie vacatures dient te worden voorzien.

3.8
Art. 7 juncto art. 10 van de Statuten regelt de wijze waarop de benoeming van een bestuurslid geschiedt, zomede aan wie een voordrachtsrecht toekomt.

3.8.1
Artikel 10 luidt als volgt:
“1.. Het bestuur zal voor de dagelijkse leiding van het kindercentrum warden bijgestaan door één of meer commissies onder haar verantwoordelijkheid.
2. onder de leden van een commissie moeten zich ouders bevinden van kinderen, die het kindercentrum bezoeken.
3. Samenstelling, taak en werkwijze van een commissie worden, in overleg met de commissie, door het bestuur vastgesteld.

3.8.2
Eén en ander is verder uitgewerkt in een door het Bestuur vastgesteld Reglement Oudercommissie,een door het bestuur vastgesteld Reglement Cliëntenraad en een door het Bestuur vastgesteld document ouderbeleid. Die regelingen komen kort gezegd erop neer dat het Bestuur aan het gezamenlijke Personeel een bindend voordrachtsrecht heeft gegeven voor twee zetels, en dat de Cliëntenraad het recht heeft om een bindende voordracht te doen voor één bestuurszetel. Nu die regelingen geïnitieerd en geaccordeerd zijn door het Bestuur zijn deze reeds op die grond niet in strijd met de Statuten te achten.

3.9
Weliswaar bepaalt artikel 7 dat een voordracht tot benoeming (mede) geschiedt door tenminste twee leden van het bestuur maar het staat het Bestuur in beginsel vrij om die bevoegdheid over te dragen aan derden (in dit geval het Personeel) en dat heeft het Bestuur gedaan door middel van de hiervoor genoemde regelingen. Dat met name aan de Ouders een gewichtige rol toekomt past ook in de toekomstige wetgeving op dit gebied.

3.10
Nu zowel de Ouders als het Personeel voor het uitbrengen van de dagvaarding gebruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid tot het geven van een bindende voordracht, en het Bestuur die
bindende voordracht heeft genegeerd en ook ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding heeft genegeerd, is deze vordering van eisers toewijsbaar, zij het alleen voor wat betreft het subsidiair gevorderde omdat het Bestuur de in beginsel ten benoeming aangewezen autoriteit is en mr. De Bruin ter zitting te kennen heeft gegeven zich aan een eventueel daartoe strekkende rechterlijke uitspraak te zullen houden,

ten aanzien van het sub II gevorderde

3.11
De gevorderde heropening is toewijsbaar. voor zowel het Bestuur, de Stichting, werknemers, ouders als contracten is het van evident belang is dat weer in een voltallig bestuur wordt voorzien. Op basis van dit vonnis zal dat ook daadwerkelijk geschieden, zulks op zeer korte termijn en - naar wordt aangenomen - vóór a.s. maandag. Met het instellen van een dergelijk voltallig - en naar de president aanneemt ook functionerend - bestuur is er ook geen reden om het kinderdagverblijf niet op de door eisers gewenste dag (weer) open te stellen.

ten aanzien van het sub III geyorderde

3.12
De Stichting verweert zich primair met de stelling dat het Personeel zelf ontslag heeft genomen omdat niet is gereageerd op de brief van 25 december 2000 en het Personeel dus geen gehoor heeft gegeven aan de aan het in die brief genoemde ultimatum, van een dergelijk onstlag kan evenwel geen sprake zijn omdat een daartoe strekkende, uitdrukkelijke wilsverklaring ontbreekt.
3.13
Subsidiair stelt de Stichting dat aan het personeel ontslag op staande voet is verleend. Ook dat verweer wordt gepasseerd. Het niet reageren op een gegeven ultimatum is onder de gegeven omstandigheden niet gelijk te stellen met werkweigering die een dringende reden zou kunnen zijn voor ontslag op staande voet.

3.14
Ook de overige door de Stichting op dit punt aangevoerde verweren worden verworpen omdat deze zich niet verdragen met hetgeen in het arbeidsrecht geldt.

ten aanzien van het sub IV gevorderde

3.15
Onder r.o. is overwogen dat zowel Ouders als het Personeel voor het uitbrengen van de dagvaarding gebruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid tot het geven van een bindende voordracht en het Bestuur die bindende voordracht heeft genegeerd en ook ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding heeft genegeerd, en dat de vordering van eisers tot benoeming van de door hen voorgedragen bestuursleden deswege zal worden toegewezen. Hieruit volgt dat in een eventuele bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid zal worden geoordeeld, dat het besluit van het Bestuur
-genomen na het uitbrengen van de dagvaarding – om alsnog drie (nieuwe, doch als het ware eigen) bestuursleden te benoemen, nietig althans vernietigbaar is. In dit verband verdient ook opmerking, dat deze drie bestuurders volgens de Stichting zouden zijn benoemd bij het bestuursbesluit van 9 januari 2001, terwijl zij blijkens het door de Stichting ter zitting overlegde uittreksel met ingang van respectievelijk 5, 6 en 9 januari 2001 in dienst zouden zijn getreden.

Het besluit van het Bestuur is niet alleen in flagrante strijd met de stand van zaken toen de dagvaarding werd uitgebracht (toen het Bestuur de benoeming van de drie er als het ware doorheen jaagde was er immers al een bindende opdracht aan het Bestuur uitgegaan), maar het Bestuur heeft met name miskend dat de vacature voor drie bestuurszetels drie kwaliteitszetels betreft, één zetel te benoemen op voordracht van de Cliëntenraad en twee zetels te benoemn op voordracht van het Personeel.

3.16
Deze vordering is dan ook eveneens toewijsbaar, zij het in voege als hierna in het dictum te melden. Een kort geding heeft in beginsel een voorlopig karakter. Dat betekent dat het de president in beginsel niet vrij staat om constitutieve beslissingen te geven. Deswege zal het besluit van het Bestuur buiten werking worden gesteld totdat de eventueel te adiëren bodemrechter in andere zin beslist.

3.17
Deze overwegingen leiden tot vrijwel integrale toewijzing van de vorderingen. Gedaagden zullen daarbij als de in het ongelijk gestelde partij(en) worden veroordeeld in de proceskosten.



4. De beslissing

De president,

verklaart de Gemeente, het Ziekenhuis en Kidsconcern niet ontvankelijk in de vorderingen sub I, III en IV;

verklaart BOinK niet-ontvankelijk in de vorderingen;

veroordeelt gedaagden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te benoemen de sub 5. in de dagvaarding genoemde personen, te weten:

- de heer drs. G. Bos, orthopedagoog, bestuurslid kinderdagverblijf te Hoorn;
- de heer dr. J. de Jong, directeur Algemene.Zaken Erasmus Universiteit Rotterdam;
- mevrouw mr. A.W.M. Roozenboom, advocaat en procureur,

zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van f 5.000,- voor iedere dag dat gedaagden daarmee in gebreke zijn, met een maximum van f 100.000,-;

veroordeelt gedaagden om uiterlijk maandag 15 januari 2001 te 07.30 uur de ten processe bedoelde vestigingen te openen en geopend te houden voor de door haar geëxploiteerde activiteiten,

zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van f 5.000,- voor iedere dag dat gedaagden daarmee in gebreke zijn, met een maximum van f 100.000,-;

veroordeelt gedaagden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis eisers sub 164 tot en met 197 weer toe te laten tot de hervatting van hun gebruikelijke werkzaamheden op de gebruikelijke tijdstippen en condities,

zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van f 1.000,voor iedere dag, en per eiser, dat gedaagden daarmee in gebreke zijn, met een maximum van f 25.000,- per eiser;

stelt buiten werking het besluit van het Bestuur van de Stichting Honki Ponk waarbij J.P. de Kok,
0. Janssen en G.E.D. Beijn tot bestuursleden zijn benoemd, zulks evenwel totdat in een eventueel bodemgeschil anders is beslist;

veroordeelt gedaagden in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eisers begroot op f 725,10 aan verschotten en op f 1.550,- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde.


Dit vonnis is gewezen door mr. F.W.H. van den Emster, president, in tegenwoordigheid van
mr. T.M. Rijppaert, griffier.

Uitgesproken ter openbare terechtzetting.