Overzicht met betrekking tot de behandeling van mevrouw Marie-Josť Reuchlin-van den Bungelaar.
Met dank aan o.a. George Reuchlin.

April 1990: Marie-Josť volgt een cursus homeopathie bij J.P. de Kok. Als zij ziek wordt, wil zij zich niet laten behandelen door een reguliere arts, dit in overeenstemming met het door De Kok gepropageerde "iatrosofische" gedachtengoed.
Uit de verklaringen hieronder blijkt dat Marie-Josť onder behandeling is van J.P. de Kok en Olaf Janssen. Olaf Janssen ontkent dit later schriftelijk in zijn brief aan het Medisch Tuchtcollege; Jan Pieter de Kok reageert op zijn eigen manier naar het Medisch Tuchtcollege.

Verklaringen:

11 juni 1990:
E.C.J. Gremmen, wijk ziekenverzorgende
12 juni 1990:
H.J.W. Pulles, orthopedisch chirurg
P.A. Bleeker, internist
H.A.C. de Vos, internist
D.A. Opstelten, arts assistent
13 juni 1990:
A.A.F. Baas, longarts.

Brieven:
6 juni 1990: Brief waarin Janssen ontkent dat Marie-Josť bij hem onder behandeling was.
13 juni 1990: Brief van De Kok aan het Medisch Tuchtcollege

Vlak hierna zijn Janssen en De Kok gearresteerd op verdenking van het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel.
1 juli 1990: De Kok schrijft een brief aan zijn patiŽnten.
1992 De Kok wordt veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
1994 Hoger beroep in deze zaak. De Kok krijgt twee jaar cel waarvan 8 maanden voorwaardelijk wegens zware mishandeling.
Bij arrest van het Hof te Den Haag is bewezen verklaard dat de Kok, als geneeskundig behandelaar, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door mevrouw Reuchlin de noodzakelijke medische verzorging te onthouden.
Eind 1994/begin 1995 De Kok vraagt amnestie aan de koningin (en dat voor iemand die de staat niet accepteert!)
26 februari 1997: Uitspraak Europees hof met volledig overzicht gebeurtenissen.
1995/1997 uitzitten straf; PI's te Veenhuizen, Scheveningen en Rotterdam

2001: Reaktie George Reuchlin.