Verhoor getuige H.A.C. de VOS (internist)


Op dinsdag 12 juni 1990 te 14.15 uur, hoorden wij verbalisanten, in bet bijzijn van voornoemde inspecteur van do Volksgezondheld, ale getuige:


Hermanus Antonius Cornelis de VOS,

geboren te Schagen op 11 oktober 1939, van beroep internist, domicilie kiezende Rivierenlandziekenhuis, President Kennedylaan 1 te Tiel, die verklaarde:

"Ik ben als arts verbonden aan voornoemd ziekenhuis, onder andere in de functie van medisch coördinator van de Intensive Care Afdeling.

Bij mevr. Reuchlin ben ik degene die het beste totaal overzicht over de patiënte heeft c.q. had.

Op 20 april 1990 op het einde van de ochtend, werd mevr. Reuchlin overgeplaatst naar de I.C. en ik heb toen lichamelijk onderzoek bij haar gedaan.

Ik vond op dat moment de situatie van de patiënte dusdanig ernstig, dat ik haar echtgenoot heb laten waarschuwen. Ik deed dit tevens om van hem neer achtergrond informatie te krijgen, aangezien de patiënte zeer ernstig ziek was en ik met haar nauwelijks contact kon krijgen. Ik wilde van hem weten hoe het ziekteverloop was geweest voor de opname.

Toen ik de vrouw voor het, eerst zag, was mijn conclusie dat zij het niet zou redden. Ik dacht dat zij dood zou gaan.

De ademfrequentie van de vrouw was 42 per minuut. Dat is dusdanig uitzonderlijk dat ik dat nu uit mijn hoofd weet.

De eerste diagnose was op basis van het lichamelijk onderzoek, het laboratoriumonderzoek en de rŲntgenfotoís: een zeer ernstige toxische infectieuze shock op basis van longinfiltraat (longontsteking).

Na overleg in het behandelteam is besloten dat de noodzaak tot het aanvangen van kunstmatige beademing aanwezig was. Het begin daarvan kon nog worden uitgesteld tot na een gesprek tussen dhr. en mevr. Reuchlin (na aanvang van de beademing kan een patiŽnt niet meer spreken). In principe was het zo dat de hr. en mevr. Reuchlin nog even contact hebben gehad, doch van een gesprek kon je nauwelijks spreken.

Er is een Swann-Ganz Catheter ingebracht, zodat de beademing en de algehele situatie zo goed mogelijk bewaakt en dus bijgestuurd kon worden. Dit gebeurt alleen bij patiŽnten in kritische situatie.

Teneinde de patiënte in leven te houden is het gedurende een periode van 16 dagen nodig geweest do bloedsomloop en de ademhaling te ondersteunen. In de beginperiode is een vrijwel maximale instelling van het beademingsapparaat nodig geweest om voor voldoende zuurstof in de weefsels van patiënte te zorgen . Wij weten dat hierbij weer andere complicaties kunnen optreden, doch wij stonden zogezegd "met de rug tegen de muur". De toestand is dagenlang zeer ernstig geweest en na 16 dagen kon de beademing afgebouwd worden

Voor de gedetailleerde medische gegevens zal ik u een gecomprimeerd medisch verslag van het ziekteverloop doen toekomen.

Op bet moment dat ik met vakantie ging, dat was maandag 14 mei j.l.. heb ik patiënte voor het laatst op de I.C. gezien. Dit was in de zogenaamde afbouwperiode. Toen was mij wel duidelijk dat zij het zou redden. Haar gehoor was nog wel gestoord. Op de foto vertoonden beide longen toen nog afwijkingen, rechts meer dan links. In mijn vakantie is patiënte overgeplaatst naar de longafdeling. Ik heb haar niet meer als behandelende arts terug gezien.

De medische toestand waarin de vrouw verkeerde, toen ik haar voor het eerst zag, dus enkele uren na opname, heeft mij hoogst verbaasd.

Zoals in principe een leek kan zien of iemand dood of levend is, zo kan een leek in principe ook zien of iemand zeer ernstig ziek is of niet en zeker iemand die zich op medisch gebied beweegt. Deze vrouw was zo ziek dat iedereen dat ook als zodanig had moeten onderkennen.

Ik heb van dhr. Reuchlin vernomen dat zijn vrouw in de periode voorafgaande aan opname is behandeld door twee uit Den Haag bronstige homeopaten, waaronder dhr. de Kok. Het verbaast mij dat er door de behandelaars te weinig en te laat druk is uitgeoefend op de vrouw om zich te laten opnemen.

Door de gesprekken die ik met dhr. Reuchlin heb gehad, heb ik begrepen dat mevr. Reuchlin door haar instelling zich dusdanig afhankelijk had gemaakt van dhr. de Kok uit Den Haag en dat hij de enige was die uiteindelijk kon besluiten om haar te laten opnemen.

Het feit dat een behandelaar door een patiŽnt een dergelijke machtspositie krijgt toebedeeld, waarmee niet prudent wordt omgesprongen, veroorzaakt zulke brokken.

Afsluitend zou ik willen verklaren dat het eigenlijk een wonder is dat deze vrouw nog leeft, gezien de situatie waarin zij verkeerde bij aankomst in het ziekenhuis."

Voorgelezen, volhard en concept ondertekend.