Dossier: 442226 ov 07-1485
LJN: BA9029
Rechtbank: Rechtbank Breda
Datum uitspraak: 4 juli 2007

Samenvatting:
- Beschikking benoeming bijzonder curator ex art. 1:250 BW
- Belang minderjarige
- Er moet sprake zijn van wezenlijke problemen
- Verzoek tot benoeming bijzonder curator toegewezen

Uitspraak
RECHTBANK BREDA
Sector kanton
Locatie Bergen op Zoom
zaaknr.: 442226 OV VERZ 07-1485
beschikking benoeming bijzonder curator d.d. 4 juli 2007
inzake
[verzoekster], wonende te [adres]
verzoekster,
nader te noemen [verzoekster].

1. Het verloop van de procedure

Dit blijkt uit de volgende stukken:
1.1 het verzoekschrift van [verzoekster], ter griffie ingekomen op 2 mei 2007, met als bijlage de bereidverklaring van mr. P.J. de Bruin, advocaat te Rotterdam, tot benoeming als bijzonder curator;
1.2 de brief d.d. 18 mei 2007 van mr. P.J. de Bruin, ter griffie ingekomen op 21 mei 2007, met bijlagen;
1.3 de (fax)brief d.d. 21 juni 2007 van de Raad voor de Kinderbescherming, ter griffie ingekomen op 21 juni 2007;
1.4 de (fax) brief d.d. 21 juni 2007 van mr. P.J. de Bruin, ter griffie ingekomen op 21 juni 2007;
1.5 de mondelinge behandelingen d.d. 26 juni 2007, alsmede de in dat verband door de griffier gemaakte aantekeningen;
1.6 de schriftelijk reactie d.d. 29 juni 2007, ter griffie ingekomen op 3 juli 2007, van de ouders van [verzoekster].

De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast.

2. Het verzoek en de beoordeling hiervan

2.1 [verzoekster], geboren op [datum], dus thans 15 jaar, verzoekt mr. P.J. de Bruin, advocaat en procureur te Rotterdam, tot bijzonder curator over haar te benoemen. [verzoekster] voert in dat verband aan, dat zij al 4 ½ jaar bij de Stichting Novala in Kruisland woont en dat zij in Breda naar het Berkenhofcollege gaat. Een school voor speciaal onderwijs. [verzoekster] geeft aan dat zij graag op deze school wil blijven en dat zij ook bij de Stichting Novala wil blijven wonen. Haar ouders hebben aan haar kenbaar gemaakt, dat zij willen dat [verzoekster] weer bij hen komt wonen. Dit wil [verzoekster] persé niet. [verzoekster] heeft dit nog eens mondeling toegelicht aan de kantonrechter tijdens het horen van haar op 26 juni 2007.
2.2 Mr. De Bruin heeft zich zowel schriftelijk als ook mondeling bereid verklaard om als bijzonder curator voor [verzoekster] te gaan optreden.
2.3 Bij brief van 18 mei 2007 heeft mr. De Bruin een kopie van een schriftelijke rapportage d.d. 18 april 2007 van de Stichting Novala in de procedure gebracht. Uit deze rapportage blijkt, dat er -kort gezegd- sprake is van een problematische en ook bedreigende situatie voor [verzoekster].
In dat verband heeft er ook een melding aan het AMK plaatsgevonden. Namens de Stichting, vertegenwoordigd door mw. P van den Hout en mw. L. van de Hout, is de situatie rond [verzoekster] nader toegelicht tijdens de mondelinge behandeling van 26 juni 2007.
2.4 Bij brief van 21 juni 2007 deelt de Raad voor de Kinderbescherming, hierna de RvdK, mede, dat zij achter het verzoek van [verzoekster] staan om haar te beschermen tegen de voorgenomen actie van de ouders en om in dat verband een bijzonder curator te benoemen. Aanvankelijk zou geen vertegenwoordiger van de RvdK aanwezig zijn tijdens de mondelinge behandeling van 26 juni 2007. Ter zitting bleek echter toch de heer M. van Eijke, zittings-vertegenwoordiger, aanwezig te zijn. Dhr. Van Eijke deelt mede, dat de RvdK inmiddels een raadsonderzoek is gestart. Dit naar aanleiding van deze procedure en de melding via het AMK. De RvdK onderkent de tegenstrijdige belangen van de ouders en [verzoekster]. Dhr. Van Eijke meldt voorts dat de ouders van [verzoekster] aan de RvdK hebben kenbaar gemaakt, dat zij wensen te worden ontheven uit het gezag over [verzoekster]. Dit is een voor alle belanghebbenden nieuw feit. Dit betekent volgens dhr. Van Eijke dat waarschijnlijk op korte termijn juridische procedures worden gestart tegen de ouders van [verzoekster] om tot een ondertoezichtstelling (OTS) en een uithuisplaatsing (UHP) te komen. Gelet hierop vraagt dhr. Van Eijke zich af of de benoeming van een bijzonder curator nog geļndiceerd is. Namens de Stichting Novala wordt in dat verband nog medegedeeld, dat de ouders van [verzoekster] inmiddels ook zijn gestopt met het betalen van onderhoudskosten voor [verzoekster]. Hierdoor komt het verblijf van [verzoekster] bij de Stichting Novala (extra) onder druk te staan. De Stichting Novala heeft immers deze onderhoudsgelden nodig om in de verzorging van [verzoekster] te kunnen voorzien. Mede gelet op laatstgenoemde omstandigheid verzet de RvdK zich niet tegen de benoeming van een bijzonder curator zolang niet anders in nieuw gezag (voogdij) over [verzoekster] is voorzien.
2.5 De ouders van [verzoekster] zijn -hoewel deugdelijk opgeroepen- niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling van 26 juni 2007. De kantonrechter heeft hen alsnog in de gelegenheid gesteld om zich schriftelijk uit te laten over het onderhavige verzoek. Bij genoemde brief van 29 juni 2007 delen de ouders mede, dat zij kunnen instemmen met het benoemen van een bijzonder curator over [verzoekster]. Volgens hen is tijdens de afgelopen maanden gebleken, dat zij toch geen beslissingen over [verzoekster] mogen nemen. Indien [verzoekster] vindt, dat er een bijzonder curator nodig is dan moet dat maar zo zijn, aldus de ouders. De ouders bevestigen in hun brief voorts, dat de RvdK bezig is met een onderzoek en dat de RvdK op korte termijn een verzoek tot OTS en UHP zal doen. De ouders zeggen voorts, dat zij richting RvdK hebben aangegeven, dat zij een vrijwillige ontheffing uit het ouderlijk gezag wensen.
2.6 Wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding, dan wel het vermogen van de minderjarige, de belangen van de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige, kan de kantonrechter ex art. 1: 250 BW een bijzonder curator benoemen indien hij dit in het belang van de minderjarige nodig acht. Het moet hierbij gaan om conflicten van substantiėle aard. Het dient derhalve te gaan om wezenlijke problemen. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn deze wezenlijke problemen in deze zaak aan de orde. De plaats van verblijf en de scholing vallen ook onder de begrippen verzorging en opvoeding. Door de wens van de ouders [verzoekster] naar huis te halen, is een bedreigende situatie voor [verzoekster] ontstaan. Juist vanwege de thuisproblemen is [verzoekster] al sinds 4 ½ jaar woonachtig bij de Stichting Novala en bezoekt zij ook vanuit Kruisland de school in Breda. [verzoekster] wenst haar verblijf bij de Stichting Novala voort te zetten en zij ziet ook niet in hoe zij ?plotseling? na ruim 4 jaar nu wel bij haar ouders zou kunnen wonen. [verzoekster] heeft er belang bij om haar huidige woonvorm en verblijf op school te continueren. Om dit belang te kunnen verdedigen is de benoeming van een bijzonder curator geļndiceerd. Dit klemt te meer nu ook blijkt, dat de ouders hun onderhoudsverplichting jegens [verzoekster] kennelijk niet meer wensen na te komen. De hierna te benoemen bijzonder curator is noodzakelijk zolang nog niet op andere wijze in het gezag over [verzoekster] is voorzien. Vanaf de eventuele ontheffing uit het ouderlijk gezag van de ouders en de gelijktijdige benoeming van een voogd is er geen taak meer voor de bijzonder curator.

3. De beslissing

De kantonrechter:
- benoemt mr. P.J. de Bruin voornoemd tot bijzonder curator over de minderjarige [verzoekster], geboren te ?s-Gravenhage op [datum], voor de duur van haar minderjarigheid en voor zolang nog niet op andere wijze in het gezag over deze minderjarige is voorzien;
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is op 4 juli 2007 gegeven te Bergen op Zoom door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en door deze en de griffier, M.L.F.J. Hopmans, getekend. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een procureur worden ingediend bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch.