Jan Blokker over het Collegium Iatrosophicum en J.P. de K

Schrijver, journalist en columnist Jan Blokker krijgt de Gouden Ganzenveer 2003. Hij ontvangt de onderscheiding op 24 april 2003 voor zijn "belangrijke bijdragen aan de Nederlandse cultuur", aldus de Stichting De Gouden Ganzenveer.
(ANP - Paul Vreeker)

Vanwege deze onderscheiding een column van Jan Blokker over Jan Pieter de Kok, die 7 augustus 1993 gepubliceerd werd.

De zenuwen II

Waarom wordt de veertigjarige Hagenaar die geen arts is maar iatrosoof en in die hoedanigheid gras verstrekt aan kankerpatiŽnten, in sommige kranten J.P. de K. genoemd? Die man heet gewoon Jan Pieter de Kok, hij staat in het telefoonboek, en als u een ge- vreesde ziekte denkt te hebben, kunt u hem bellen bij het Collegium Iatrosophicum waarvan hij directeur is. Boorman, van de Annales Mundi, werd door Elschot toch ook niet aangeduid als B.? Van een kruidenvriend uit het begin van de jaren zeventig herinner ik me dat hij zelfs op televisie te gast was bij Willem Duys, en niet eens met een half opengeknipte vuilniszak over zijn hoofd of achter een palm verstopt, maar open en bloot, en met naam en toenaam. Van de Moosdijk. Hij beriep zich niet op oude Grieken, oude Romeinen, oude Steiners, oude Blavatsky's of oude ('klassieke') homeopaten, want hij had maar vier jaar lagere school gehad - dat was het enige verschil met de K.
De Kok is toch ook niet verdacht in de zin der wet?
Nou ja, een beetje.
'In mei vorig jaar', las ik in de Volkskrant, werd de K. veroordeeld omdat hij een ernstig zieke patiŽnte medische hulp had geweigerd. In afwachting van het hoger beroep is hij vrijgelaten.'
En allicht, zegt mijn juridische lekenverstand. Je kunt iemand die nooit voor geneeskunde heeft doorgeleerd, toch niet verwijten dat hij zich van medische bijstand onthoudt? Dat mag niet eens, dus dat hoger beroep heeft hij al in zijn zak.
Het maas in de wet zit aan de andere kant: u en ik mogen als we dood denken te gaan, wel het Collegium Iatrosophicum benaderen in plaats van de doktersdienst. U en ik mogen alles wat onze huisarts heeft aangeraden en voorgeschreven naast ons neerleggen, al zijn pillen, poeders en zalven door de w.c. spoelen, alles wat naar rede zweemt, overboord gooien, en het oor laten hangen naar een gevaarlijke gek die de K. heet. Dus misschien moet dŗt verboden worden. Is het in een samenleving die langzamerhand sterft van de hulpverlening, de consumentenvoorlichting, de ANWB, de patiŽntenverenigingen en de wetswinkels waar je verhaal kunt halen zoals je geld uit de muur pint - is het in zo'n samenleving niet eindelijk tijd om mensen die toch op het hoogtepunt van de Europese bouwvak over Lyon naar de Costa del Sol of terug willen rijden, levenslang te geven?
Maar wie zie je als eerste door dat maas in de wet kruipen?
Precies: De Kok.
De gedachte dat je de mens kunt beschermen tegen bedrog, tegen intimidatie, tegen woekerprijzen of tegen files gaat er nog altijd van uit dat de mens 'ontvoogd', mans genoeg, eigenmachtig of zelfs slim is. En daar zit de fout. Zoals ik ergens in een krant de Leidse seksuoloog Frenken tegenkwam die in verband met de Eper affaire verklaarde: 'Valse aangiften van seksueel misbruik zijn zeer zeldzaam. Wel kan het voorkomen dat een slachtoffer onder druk staat. Soms kan zich een hele stoet hulpverleners over een meisje buigen, die onderling een competentiestrijd uitvechten: wie krijgt het meest te horen?'
De cursivering is van mij. Aan het hoofd van de hele stoet hulpverleners zie ik de veertigjarige J.P. de K. met armen en benen zwaaien om de grootste buit binnen te halen. Hij schijnt vijfhonderd gulden per uur te vragen om zich van medische bijstand te onthouden in dat Collegium Iatrosophicum. En een hele stoet consumenten, even ongeneeslijk ziek als ongeneeslijk dom, trekt smekend aan de bel of Jan Pieter nog een zak gras heeft staan.

Een onverdachte oplichter bij de gratie van ons aller stompzinnigheid.
Mochten ze hem ooit nog te pakken krijgen, dan zal zijn advocaat er zonder enige twijfel in slagen hem af te schilderen als iemand die 'dwingend in zijn eigen fantasieŽn gelooft'-als een patiŽnt dus.
Hij zal dus op zijn ergst eindigen bij de iatros die de ziel scheert: de psychiatros. Maar hij heeft vast iemand achter de hand die dan intussen op de winkel van het Collegium kan passen.